travel

Naar het platteland met de Tiny Inn

Thee met vers geplukte munt in de zon, een warme douche met uitzicht op je buren (de koeien van boer Willem) en een biologisch ontbijtje dat al klaar staat. Het is allemaal binnen handbereik bij de bed & breakfast Tiny Inn. Op nog geen half uur rijden van Amsterdam Centraal vinden wij rust in dit huisje op wielen op het platteland. 

Hoe kom je er?

Dit duurzame stukje rust ligt dichterbij dan je denkt. Je neemt de afslag van de A10, gaat een rotonde over, de snelweg onder door en ineens lijkt die drukke Randstad te zijn verdwenen. De geur van uitlaatgassen maakt plaats voor uitgestrekte weidevelden en pittoreske huisjes. Wij gaan bij Durgerdam de A10 af en komen door Ransdorp en Waterland om uiteindelijk tussen de koeien en schapen de Tiny Inn te vinden.

Deze keer rijden we met de auto naar onze bestemming maar Tiny Inn eigenares Annabelle verzekert ons: met het OV is een tripje naar deze ecologische bed & breakfast ook zeker mogelijk. Er gaan verschillende bussen richting Ransdorp (let wel op de vertrektijden, vooral in het weekend!) maar ook met een fiets is de Tiny Inn makkelijk vanaf Amsterdam Centraal te bereiken. Een luttele 40 minuten brengt je van hartje Amsterdam naar de rustige omgeving en dit huisje op wielen. 

Na een van de kortste tripjes in Expeditie Kram geschiedenis worden we bij aankomst ontvangen door Annabelle. Enthousiast vertelt ze over hoe haar Tiny Inn avontuur begon op het NDSM-werf waar het huisje eerst stond. Annabelle heeft de Tiny Inn zelf volledig opgeknapt en ingericht. Niet zonder het nodige vallen en opstaan, voegt ze er lachend aan toe. Wat ontzettend knap! We staan flabbergasted te kijken naar het resultaat.

De Tiny Inn heeft werkelijk alles wat je maar zou kunnen wensen, en dat op de meest zelfvoorzienende manier mogelijk. Alle elektrische apparaten voeden zich met zonne-energie en het water systeem is zo gebouwd dat je 50% minder water verbruikt. Dit zijn slimme oplossingen waar de bezoeker totaal geen last van heeft. Waar je ook geen last van hebt maar wat wel enig uitleg nodig heeft, is het composttoilet. Dit toilet gebruikt geen water dus bij gebruik hoef je niet door te spoelen. Wij worden super blij van deze duurzame aspecten aan de Tiny Inn en daarnaast ziet de bed & breakfast er ook gewoon erg mooi uit. Wat een heerlijk plekje om je even terug te trekken. En dat is precies wat we doen als Annabelle ons de sleutel overhandigt. 

 
 

Na onze slaapplek van vanavond nog wat meer verkend te hebben nemen we met een boek plaats op de ligstoelen. Met uitzicht op koeien en schapen vragen we ons af hoeveel mensen we tegen zullen komen. Na nog geen regel te hebben gelezen wordt al snel duidelijk dat als je (vooral als Nederlander) slaapt in de Tiny Inn, je eigenlijk een deel bent van de buurt. Zowel toeristen als de buren vinden het huisje erg interessant en komen graag langs voor een praatje. Zo staan we 's middags al te kletsen met Amerikaanse toeristen die langs komen fietsen en een foto willen maken van het bijzondere huisje. De volgende ochtend praten we ruim een uur met buurman boer Willem (lees hieronder!) over de omgeving en waar de melk van zijn koeien naartoe gaat. De Tiny Inn blijkt een sociale ontmoetingsplek en dat vinden we eigenlijk heel gezellig!

Maar vrees niet, de rust is er ook echt wel te vinden. We koken en eten buiten met een waterig zonnetje op de achtergrond. Na het eten lopen we rond door de uitgestrekte velden en langs het water en komen we werkelijk niemand tegen. Op de achtergrond horen we iemand zingen en spelen op een gitaar en terwijl de zon onder gaat denken we stiekem toch bij onszelf: waarom wonen we ook alweer in een duur huis midden in het drukke Utrecht? Met die vraag kruipen we in het bed van de Tiny Inn om in slaap te vallen onder de rommelende hemel. Hier slapen met onweer is werkelijk magisch.

 
 

Na een goede nachtrust (het bed slaapt heerlijk) zetten we de tafel klaar voor ons biologische ontbijtje wat Annabelle al had klaar gezet. Terwijl we met onze thee rustig wakker worden is er aan de andere kant van de straat al veel drukte. Boer Willem is al vroeg op om zijn koeien te melken. Een voor een leidt hij ze naar het hokje om daarna de grote vaten op zijn tractor te tillen. Een van de koeien is een beetje eigenwijs vandaag en lijkt gewoon geen zin te hebben. Na een kwartier proberen geeft boer Willem het op; vanavond weer een kans. 

Zoals een goede buur het betaamt komt boer Willem gewoon even langs om te kletsen, ook al zitten we er nog in onze pyjama's. Hij vertelt over zijn geliefde koeien, hoe ze allemaal een naam hebben en het net kinderen van hem zijn. De melk van deze koeien wordt naar een groot bedrijf gebracht waar kaas gemaakt wordt. Het kan maar zo zijn dat wij kaas hebben gegeten van de melk van deze koeien! Terwijl we praten met boer Willem kijken de koeien nieuwsgierig onze kant op. ''Ze zien me hier staan dus houden ze het even in de gaten.'' De eigenwijze koe van eerder staat bij het hek te loeien. Boer Willem roept: ''Ja, had je maar moeten luisteren. Nu moet je wachten tot vanavond!''. 

Later komt Willem nog terug met een vers pak melk. Ook nodigt hij ons uit om nog eens terug komen, dan kan hij ons meenemen op zijn bootje. Deze man heeft het Tiny Inn bezoek wel nog een stukje mooier gemaakt. 

 
 

Na het pakken van onze tassen is het tijd om weer terug te keren naar de grote stad. Dit ecologische huisje is uniek en staat op een plek waar je echt even weg kan zijn van het gedoe en de drukte die een stad met zich mee kan brengen. Het afscheid valt dus ook een beetje zwaar. Gelukkig zijn boer Willem en de Tiny Inn nooit ver weg, letterlijk! Bekijk hier de website van Annabelle en haar Tiny Inn. 

Analogue Stories XII: Magische Mongoolse Ger

 
 
 
 
 
 
 

Analogue Stories IX: Sri Lanka

 
 
 
5291_07.JPG
 
 
 

Analogue Stories III: Bubulcus & Bolotas Camping

 
 

Analogue stories II: Lissabon & Sintra

 
 

 
 
 

Natuurhappen in Oslo

Een stedentrip draait al snel om lekker eten, goed winkelen en een museum hier en daar. Liefhebbers der natuur komen dan vaak te kort want tja, een aangelegd park is toch niet echt je van het. Oslo biedt de perfecte middenweg: winkels, goed eten maar ook veel prachtige natuur. Allemaal bereikbaar met het openbaar vervoer!

Hoe kom je er?

Een simpele vlucht van Amsterdam naar Oslo is zo gemaakt. Op de een of andere manier voelde Scandinavië altijd erg ver weg, maar na ongeveer 1,5 uur staan we al op Noorse grond. Ook voor reizigers met een laag budget is een vlucht naar Oslo goed te doen trouwens. Zo konden wij bijvoorbeeld profiteren van een naseizoensprijsje van 94 euro voor AMS - OSL met KLM. Prima te doen dus.

Eenmaal aangekomen in Oslo staat een hogesnelheidstrein te wachten om je met 20 minuten naar de binnenstad te brengen. Het enkeltje is al wel redelijk prijzig voor de afstand maar dit vergeet je al snel als je de Noorse landschappen langs ziet flitsen, voor ons in prachtige herfstkleuren met dito lage zon. Een betere preview van wat ons dit weekend te wachten staat, zo bleek.

Voor deze trip, tijdens een van de laatste weken van oktober, slaan we het slapen in een tent even over. We checken in bij het Anker Hostel, midden in de stad, en worden voorzien van een ruime vierpersoonskamer (waar we niemand verder zien) met keuken en badkamer. Als je iets luxer wilt verblijven maar, net zoals wij, in hartje Oslo wilt slapen is de buurman het Anker Hotel een optie. 

De binnenkant van het hostel zien we het liefst zo min mogelijk. We kopen een ov-kaart voor zeven dagen voor 240 Noorse kronen (zo ongeveer 25 euro) en checken meteen een tip van een vriendin. Bus 74 brengt ons naar Ekebergparken, een prachtig bos met kunstwerken en camping Ekeberg. Deze camping is buiten het hoogseizoen gesloten maar we zien dat voor Oslogangers die het leuk vinden om met een tentje de wereld te ontdekken dit een toffe plek is om een nacht of twee te verblijven. Naast het mooie bos en de bijzondere kunstwerken die overal in het gebied te vinden zijn is het uitzicht meer dan magisch. 

 
 

Ook de busreis zelf is mooi. We worden erg blij van bergen en het uitzicht dat de bergen bieden, vergeleken met ons platte Nederland. Hoe hoger, hoe beter! Niet alleen de bus in Oslo brengt je naar mooie plekken. Ook de metro gaat tot ver in de bergen waar herfstige schoonheid op ons liggen te wachten. We nemen metrolijn 1  die ons op de Holmenkollenberg brengt. We stoppen bij de Holmenkollenschans, een bekende skischans waar wereldkampioenschappen en Olympische Winterspelen zijn gehouden. Naast het uitzicht vanaf de berg over Oslo en de prachtige natuur is de schans ook wel een kijkje waard. Veel mensen gebruiken de schans om rondom te kunnen sporten, de trappen op en neer te rennen en de berg op en af te skeeleren. Vandaar dat de bewoners van Oslo er zo fit uitzien, een paar bergen om je heen en het gaat gewoon vanzelf.

Ondertussen staan wij ons te vergapen aan het uitzicht. We staan zo hoog dat we echt mijlenver kunnen kijken over Oslo en omstreken. Hier realiseren we ook dat de herfst het perfecte seizoen is om Oslo te bezoeken, de natuur geeft ons echt het mooiste wat ze te bieden heeft. De kleuren oranje, groen, rood spatten van het doek af met een perfecte blauwe lucht erboven, zo ontzettend mooi! Dit hoogste punt van de omgeving geeft je ook toegang tot prachtige bossen rondom Oslo. Zoals we al zeiden, de natuur is nooit ver weg in deze stad. 

 
 

Naast deze geweldige hoogtepunten (haha, letterlijk) is er beneden natuurlijk ook heel wat te zien. Waar ik het meest naar uitkeek was de Oslofjord en de eilanden die je al goed kunt zien vanaf de bergen. Een ferry vaart vanuit de haven van Oslo met het mooie Akerhus op de achtergrond naar eilanden als Lindøya, Hovedøya en Gressholmen, elk met een ander uiterlijk en eilandgevoel. Hoewel wij geluk hebben buiten het hoogseizoen te reizen zijn er natuurlijk alsnog wel redelijk veel toeristen aan boord. De eilanden zijn het echter meer dan waard.

Mijn favoriet is veruit Lindøya, en niet eens om de fijne herfstkleuren waar we ons in wanen. Lindøya is ook de plek waar Noorse families de zomer doorbrengen in de meest perfecte, typisch Scandinavische huisjes waar je snel verliefd op wordt. In de herfstzon is het goed voor te stellen hoe deze plek een sprookje moet zijn om elke zomer door te brengen en de mooiste herinneringen te maken. Het eiland voelt als één grote Wes Anderson film, een gevoel wat Liv en ik vaker hebben gehad tijdens onze reizen dit jaar. Het voelt als een letterlijke ontsnapping aan de werkelijkheid, terwijl alle gemakken van een hoofdstad vijftien minuten verderop liggen, a boatride away.

 
 

Het volgende eiland wat we aandoen is Gressholmen, weer een totaal ander eiland en niet te vergelijken met het schattige Lindøya. Gressholmen heeft sporen van gebruik door mensen maar is ook voor een deel weer overgenomen door de natuur. We weten eerst niet zo goed waar we moeten lopen en of er wel wat te zien is op dit eiland. Na een mooi stuk bos komen we uit bij een soort opslagplaats voor boten waardoor het voelt alsof we hier eigenlijk niet mogen zijn. Een aantal Aziatische toeristen lopen doodleuk door de opslagplaats naar de andere kant van het eiland waar ook natuur is dus doen wij maar hetzelfde.

Na wat klim- en klauterpraktijken om het schattige witte kerkje van Gressholmen te bereiken, wat ons op de een of andere manier niet lukt, genieten we nog maar van het prachtige uitzicht vanaf het hoogste punt op Gressholmen. Een uitzicht waar ik gewoon geen genoeg van kan krijgen.

Ga trouwens als je van de ferry af komt, of voordat je de eilanden gaat ontdekken, niet meteen weg! Het Akershus naast de haven is ook zeker het ontdekken waard. Geen natuurhappen maar even cultuurhappen. Het Akershus is een kasteel, gebouwd in de dertiende eeuw en gemaakt om de stad destijds te beschermen. Nu is het een prachtige vesting om in rond te lopen en met de ondergaande zon Oslo nog één keer te aanschouwen. 

Oslo is eigenlijk de ideale plek voor mensen zoals wij. Geen rijbewijs, afhankelijk van het openbaar vervoer en op zoek naar de mooiste natuur. In de Noorse hoofdstad is de natuur bereikbaar en ook nog eens prachtig. Andere steden zouden een voorbeeld moeten nemen aan de manier hoe Oslo de natuur deel laat uitmaken van haar identiteit en het zo toegankelijk mogelijk maakt voor haar inwoners en bezoekers.

 

Review: KarTent

Opeens was hij er. Een kartonnen driehoek die het mogelijk maakt de dronken festivalganger bij te laten dragen aan een betere wereld. De KarTent werd geboren in maart van dit jaar, en wij testten de tent in zijn luiers onder de heftigste weersomstandigheden. Op Vlieland tijdens het festival Into The Great Wide Open. Een zware proef voor het eerste model van de KarTent.

De editie van Into The Great Wide Open van dit jaar was er één vol goede muziek en fijne mensen, maar er wordt nog steeds gepraat over het über-slechte weer. Regen in alle maten en soorten, wind met een windkracht zeven; het kon niet op. De KarTent, die in maart werd ontwikkeld door Jan, Wout en Bas, is mijn slaapplek voor aankomend weekend. Terwijl de boot over de golven van een stukje Noordzee deinst en de regen tegen de ramen tikt hoop ik maar dat dit weekend de KarTent een veilige en droge plek is.

 

Waarom de KarTent?

Één op de vier festivalgangers laat een tent achter op de festivalcampings van Nederland. Dat zorgt voor afval, behoorlijk veel afval. Dit jaar werden veel achtergebleven tenten verzameld voor vluchtelingen, maar in de voorgaande jaren was het verlaten festivalterrein een zielige bedoening. Organisaties van festivals werken al jaren aan het verminderen van afval op het festivalterrein. Met de KarTent kunnen nu ook de festivalgangers een bewuste keuze maken: gewoon niet eens slepen met je tent en lekker een KarTent huren.

Dit kun je doen voor 35 euro op verschillende festivals. De website van het product waarschuwt wel: De KarTent is dit jaar (2015) nog een product op proef. De mannen zijn nog druk met het aanpassen van het ontwerp om volgend jaar de perfecte KarTent te introduceren. Dat maakt ons proefkonijnen en de uitkomst van onze ervaring onzeker. We hebben dan ook voor onszelf besloten niet al te streng te zijn op de KarTent. Positieve feedback en opbouwende kritiek, daar gaat het om. 

Dus. Als een koud kipje sjok ik met mijn fiets van de boot. Vlieland ligt onder donkergrijze wolken mooi te zijn, er heerst een relaxte sfeer en ik geniet toch wel een beetje van de duinen en prachtige natuur terwijl ik de drie kilometer fiets naar Camping de Lange Paal. De regen vormt een klein irritatiepunt en gaat ook van miezerige spetters naar dikke druppels en terug. Ik vrees het ergste voor mijn onderkomen van de aankomende dagen. Hoe zou de KarTent deze regen en wind op de Wadden kunnen overleven?

 
 

Als ik arriveer ben ik toch lichtelijk teleurgesteld. Ik vind tussen vier KarTenten mijn onderkomen van de avond; die ene met een klein plasje water in de tent omdat de deuren nat zijn en dus open zijn gewaaid. Met een handdoek maak ik de tent droog en ga erin zitten. Meteen zie ik het probleem wat nog een groter probleem wordt die nacht: de deuren. Aan beide kanten zijn de deuren erg nat en door het wat dunne karton passen ze niet meer in de vorm van de tent om goed dicht te gaan. De volgende regenbui volgt en ik ben even druk om de juiste constructies te vinden en de deurdichtheid zo hoog mogelijk te houden. Dit gaat door enig pas- en meetwerk, blokkades voor de deuren zoals een pak vruchtensap en mijn spijkerjasje tegen de wind die zeker in mijn gezicht gaat blazen vannacht. Het gaat, maar wel met een beetje moeite.

Voor de zekerheid check ik buienradar en besluit ik tot de laatste bui is weggetrokken in de tent te blijven. Liever geen plasje water als ik laat in de avond beschonken terug kom. Na 17.00 uur vertrek ik naar het festivalterrein en blijft het zo goed als droog tot een uur of 03.00 in de nacht. Met een wijntje in mijn hand dans ik mee met Typhoon en loop ik nog even lekker door de duinen van Vlieland. Rond 12 uur fiets ik in het pikkedonker en onder een magische sterrenhemel terug naar de camping. Niet wetend dat ik die sterrenhemel de hele nacht nog zou kunnen zien...

Optimistisch klim ik in mijn tentje met twee slaapzakken, op weg naar een heerlijke nachtrust. Ik probeer de deuren aan beide kanten zo stevig mogelijk dicht te maken met eerdergenoemde hulpmiddelen. Een wijze les voor elke kampeerder: altijd vuilniszakken en ducktape meenemen, dat had deze avond heel wat gemakkelijker gemaakt. Om een verhaal kort te houden: de deuren aan beide kanten bleven niet dicht. Met elk zuchtje wind vloog de een open waarop de andere volgde. De deur bij mijn hoofd ging helemaal niet meer dicht waardoor ik die magische sterrenhemel met slaap in mijn ogen kon bewonderen. De tent zelf veroorzaakte gelukkig geen problemen. De regen komt er niet doorheen, het blijft allemaal vrij stevig staan en is zeker bestand tegen een paar dagen heftig weer. Positief dus! 

Helaas ben ik toch vrij chagrijnig de volgende ochtend. De deurtjes zijn officieel overleden en hangen er heel zielig bij. Ik zie dat mijn buren vrij ontbloot hebben geslapen vannacht maar wel een lekker hoog luchtbed hebben. Ik heb geen oog dicht gedaan door de wind die door mijn tent blies, het ochtendlicht en gewoon het gedoe met de deurtjes. 

 
 

Maar hoe leuk is het dan om te zien dat je tent compleet vernieuwd is als je terugkomt van een Vlielandse fietstocht? De mannen van KarTent hebben de zijkanten van de tent vervangen met nieuwe stevige deuren waardoor ze veel beter dicht blijven zitten. Blijkbaar kun je ze gewoon bellen als je niet tevreden bent met de tent, wat best even handig was om te weten voordat ik de helnacht in ging. Ik kan ze wel zoenen, zo blij ben ik met de nieuwe deurtjes. Daar ben ik net iets te moe voor. 

Hoewel de nieuwe deuren veel verschil zouden maken voor de volgende nacht houd ik het hierbij toch maar voor gezien. In de trein terug lees ik tweets over de ontzettend harde wind en kou die over het eiland heen raast en slaak dan toch wel stiekem een zucht van tevredenheid. Ik weet niet hoe die tweede nacht was geweest met windkracht zeven en of de deuren dat wel hadden gehouden maar ik ben best wel blij dat ik het niet hoef te ontdekken. 

Het eindoordeel

Het eindoordeel van de KarTent is een beetje dubbel. Eerlijk gezegd heb ik echt een verschrikkelijke nacht gehad. De grootste reden hiervoor: de deuren die gewoon niet opgewassen waren tegen de weersomstandigheden, hoewel de tent zelf zich goed hield in de wind en regen. Mijn negatieve ervaring is wel het gevolg van een aantal dingen:

1) De KarTent is en blijft nog een probeersel. Dit wordt ook aangegeven op de website. Dan kun je meevallers hebben, maar ook tegenvallers.

2) Het weer. Deze editie van Into The Great Wide Open was echt een ramp als het gaat om het weer. Zoveel regen, zoveel koude wind en dat allemaal op een eiland in de Waddenzee/Noordzee. De KarTent had dit soort weer nog niet doorstaan, dus helaas waren de bezoekers van Into The Great Wide Open het eerste proefkonijn met de zwaarste omstandigheden.

3) Communicatie. Als ik had geweten dat de jongens van de KarTent gewoon op het eiland waren en ze mijn probleem zo gemakkelijk hadden kunnen oplossen was dat gebeurt nog voordat ik ging slapen. De zijkanten waren zo makkelijk te vervangen, dit had best twaalf uur eerder mogen gebeuren.

Al met al kan ik het concept niet volledig afschrijven. Ik weet dat de festivalzomer vol positieve KarTent-ervaringen zat en geloof ook echt dat met mooi en droog weer het een perfecte optie is. Daarbij staat Expeditie Kram achter het idee van de KarTent. Duurzaamheid en goede alternatieven vinden om festival afval tegen te gaan is belangrijk en we geloven ook dat de KarTent hier een goede bijdrage in kan leveren. Ons review is dan ook niet een eindoordeel. Volgend jaar zien we de KarTent graag terug om het nog eens te proberen met een beter model en hopelijk zo de festivalzomer overleven, door weer en wind. Zet 'm op jongens!

 

Otoviche: een Tsjechisch sprookje

Er waren eens twee broers die rondstruinden op een of andere beurs in Nederland. Een advertentie voor een oude boerderij en een verlaten kerk in Tsjechië kwamen voorbij. Ze kochten de panden en leefden nog lang en gelukkig.

Nou ja, met ups en downs zeg maar. Want nu, ongeveer 12 jaar later, vlieg ik voor Expeditie Kram naar Tsjechië om Villa Strooikaas en de Strooikaaskerk te bezoeken. Om de prachtige omgeving te zien en deze bijzondere verhalen te vertellen. De jonge generatie, neef Bas en zijn vriendin Melissa, zijn verliefd geworden op deze unieke plekken met een handleiding. Wist ik veel dat ik net zo verliefd terug zou keren!

 

Hoe kom je er?

Otoviche ligt niet bepaald om de hoek, maar zoals mijn gastheer Bas immer enthousiast relativeert: "Ach, je eet ontbijt en stapt in de auto om 6 uur en komt aan rond 18 uur om het avondeten mee te eten. Best goed te doen hoor!" Ik neem een wat luxere route en stap op Schiphol in een Cityhopper van KLM. Met een uur en vijf minuten sta ik in de hoofdstad van Tsjechië: Praag. Vanaf daar is het nog een trip van vier uur met de auto (of 4 uur met de trein) naar Otoviche. Wat je na deze reis aantreft is bijna niet met een dergelijk sfeerverslag te beschrijven...

Ik ga het toch doen. Proberen. Want deze plek verdient meer aandacht en liefde dan dat het nu krijgt. De boerderij, waar ik mijn kamp voor de aankomende dagen heb opgezet, werd in 2007 gekocht door een oom van mijn gastheer Bas. Door de jaren heen wordt er het een en ander opgeknapt terwijl enig verzamelwoede ervoor zorgt dat de meest bijzondere spullen Villa Strooikaas kleuren. Het eerste wat ik zie is de keuken, waar pastelkleuren als roze, geel en blauw in vintage meubels overheersen. Villa Strooikaas blijkt de vintage hemel te zijn waar je alles wilt kopen maar niks te koop is. Alles voelt bijzonder aan deze plek en dat is het ook.

 
 

Wat vooral heerlijk is aan de prachtige roze boerderij, is dat er eigenlijk niks hoeft en alles mag. Het voelt als thuis en heeft tegelijkertijd dat vakantiegevoel wat je ervaart als je op een camping bivakkeert. Het is een persoonlijke plek. Er zit veel moeite, vreugde en energie in, dat voel je aan elke hoek, in elke kamer en bij elke kast die vol staat met wereldbollen, oude platen en andere toffe spullen. Deze magische plek staat gewoon tussen de eindeloze velden en bosgebieden in Tsjechië! Je kunt dan ook, vooral in de zomer, een van de kamers betrekken en er prima een paar dagen rondbrengen om echt tot rust te komen. WiFi is er wel, maar alleen in de keuken. Het is eigenlijk zonde om je tijd in de keuken door te brengen. Villa Strooikaas is het huis waar je geen contact met de online wereld nodig hebt. Het is één grote speeltuin waar je van alles kan ontdekken.

Ook rondom de villa valt van alles te zien. Daarom pak ik de fiets en ga ik de buurt een beetje verkennen. Met een auto kun je gemakkelijk naar Broumov voor boodschappen of een dag erop uit trekken naar natuurparken zoals Adsrpach. Met de fiets kom je al snel over een lang fietspad langs bergen met bizarre rotsen en hoge bomen, half afgemaakte huizen en gefabriceerde tuinhuisjes van oude auto-onderdelen. Het voelt een beetje alsof ik door een filmset heen fiets.

Hoewel de wegen heel goed begaanbaar zijn en ik enkele fietsers tegenkom, is de rust opperbaas. Zelfs zo erg dat ik toch wel een beetje moet wennen om zo alleen te zijn zonder al te veel drukke prikkels om me heen. Geen winkelende massa, geen internet, geen stadse drukte. Gewoon ik, op een fiets, op een fietspad door het platteland van Tsjechië. Het is even wennen maar als je de rust toelaat merk je hoe druk de omgeving is waar in we ons normaal begeven. Nu pas waardeer ik de plek waar Villa Strooikaas is gebouwd en zie ik de romantiek van deze stilte. Schrijven erover is een ding, maar echt meemaken raad ik iedereen aan.

 
 

De volgende dag bezoeken we het levenswerk van de andere broer. De Strooikaaskerk, midden in de bossen bij de gemeente Vernerovice, staat op ongeveer 25 minuten rijden vanaf de villa. Hij heeft deze oude kerk uit 1800 opgeknapt en er zelfs vijf jaar gewoond met zijn gezin. De kerk werd de afgelopen paar jaar ook gebruikt voor evenementen en projecten, zoals het Strooikunst festival. Volgend jaar zal er een nieuw festival neerstrijken, waar we in de toekomst wellicht aan mee gaan werken.

Deze bizarre plek, alleen te bereiken via een erg offroad-achtig weggetje, ligt compleet afgelegen, midden in een gebied waar mooie wandel- en fietspaden te vinden zijn. Als je in de buurt bent met een mountainbike, of goede schoenen, is een fietstocht of wandeling in het gebied rond de Strooikaaskerk zeker aan te raden. De kerk vormt een heel handig herkenningspunt zodat je op grote hoogte gemakkelijk de weg terug kan vinden. Ik zie tijdens mijn wandeltochtje meerdere fietsers langs racen die het erg naar hun zin lijken te hebben. Het gebied, hoe rustig het ook is, is dus zeker niet uitgestorven. Eerder een nog erg onbekende parel die ik nu stiekem met jullie deel.

Voor mij is de schoonheid echt in de kerk te vinden. Het gebouw heeft een geweldig karakter, in elke hoek is wel iets bijzonders te vinden. Zo vind ik hier, net als in de villa, een enorme collectie aan platen die vrij zijn gespeeld te worden op de platenspeler. Ook bekijk ik de zolder waar de familie jaren heeft gewoond. Het is keihard werken om op deze plek te leven (geen stromend water en koken met kolen en hout) maar wauw, we zouden hier maar wat graag een tijdje willen vertoeven. De kerk heeft echt iets magisch; het glas in lood, de ramen waar de bomen bijna doorheen lijken te komen. Het is een unieke plek en meer dan bijzonder. Hier ontmoet natuur en cultuur zich in de puurste vorm waar dat wat er was gebruikt wordt om te overleven en waar mensen samen kunnen komen om mooie dingen te ervaren en creëren. Tijdens de rondleiding komen we langs enkele kunstwerken die tijdens het afgelopen Strooikunst festival zijn gemaakt met natuurlijke materialen om vervolgens weer door de natuur overgenomen te worden. 

Vaak vergeten we hoe krachtig de natuur kan zijn, zeker midden in de stad waar het zo afwezig is. Hier, midden in dat enorme bosgebied waar natuur de baas is, is de kerk eigenlijk een deel van de omgeving waar men letterlijk aan zichzelf overgeleverd is. Je moet echt zien te overleven en bent op jezelf aangewezen. Doordat niks vanzelf komt waardeer je de natuur meer. Ik kan dan ook niks behalve respect opbrengen voor deze plek en de mensen die het laten leven. 

 
 

Toeristische trekpleister

Nu lijkt dit gebied van Tsjechië een en al onbekend terrein voor toeristen. Niets bleek minder waar na een bezoekje aan het natuurpark Adrspach. Dit gebied, wederom een scène uit een sprookjesboek, ligt op 40 minuten rijden vanaf Villa Strooikaas en staat bekend om zijn bizarre rotsformaties die samen zelfs als een heuse stad omschreven worden waar locals in oorlogstijd schuil zochten. Nu is Adrspach een dikke trekpleister voor toeristen in het gebied, en ik geef ze groot gelijk!

Dat terwijl ik maar een klein deel van Adrspach heb kunnen bekijken. Met wandelroutes van ruim vijf uur kun je het hele park zien maar in een tempo. Ik neem toch liever de tijd om een klein deel goed in me op te nemen en blijf steken bij het meer dat omringd wordt door bos en deze prachtige rotsen. Rond het meer kun je rotsen beklimmen, door de bossen wandelen en zelfs aan een klein strand lunchen en zwemmen in het heldere water. Er zijn dan ook veel gezinnen met kinderen te vinden die deze pauze op het strandje gebruiken om even lekker af te koelen. Hoewel de zon steeds lager zakt achter de hoge rotsen blijft het behoorlijk warm. 

Het park vraagt een entree van 70 CZK, wat heel redelijk is voor de grootte en verschillende soort omgeving te ontdekken zijn. Wil je net als ik de tijd nemen maar ook het hele park zien? Dan kun je er zelfs voor kiezen om naast het park te kamperen! Terwijl we naar huis rijden komen we langs een veld waar zowel huisjes als tenten staan. Verwacht er niet heel veel van, het is behoorlijk basic. Maar je wordt wel wakker tussen prachtige natuur, en meer heb je eigenlijk niet nodig. 

 
 

Jij ook naar Villa Strooikaas?

Dat kan! Deze prachtige plek is vooral in het zomerseizoen en schoolvakanties te bezoeken, maar overleg je plan vooral met de geweldige mensen achter Villa Strooikaas. 

Wil je net als ik kamperen op het terrein van de boederij, misschien tussen de appelbomen of bij het kampvuur? Dat kan! Het kost 10 euro per tent per nacht, wat een hele goeie prijs is. Ben je wat luxer ingesteld en is een fijn bed wel een must? Dat is fijn, want er zijn verschillende (thema)kamers te huur in de boerderij! Van de Pippi Langkous-kamer tot de Tour de France-kamer; voor 20 euro per nacht krijg je een van de toffe kamers en deel je met de rest van de gasten de keuken, huiskamers en badkamers. In de winter komt hier 20 euro per kamer per week bij voor het gebruik van de kolen. 

Wat zelfs ook nog kan is een van de houten huisjes buiten huren. Dit zijn kleine schuurtjes met twee bedden en een bureau die uitkijken op de prachtige velden rondom het gebied van Villa Strooikaas. Voor voorzieningen als douche en wc moet je wel naar de villa lopen maar verder heb je complete rust. Bijvoorbeeld erg geschikt voor een weekje schrijven, ontspannen of gewoon tot jezelf komen.

Kijk voor meer informatie op de website van Villa Strooikaas of stuur ze gewoon een mailtje

Ik vertrek vanaf Broumov de volgende dag richting Praag om daar nog een dag rond te lopen. Als je net als ik van treinen houdt en vliegt via Praag is dit de perfecte mix tussen rust, cultuur, natuur en de stad. Nu ik dit verslag maak vanuit mijn appartement in centrum Utrecht verlang ik weer terug naar het kampvuur onder de sterren, de mooie natuur in Adrspach en vooral de huiselijkheid van Villa Strooikaas en de Strooikaaskerk. Ik hoop dat ik volgend jaar weer terug kan keren, misschien wel met jullie! 

KRAM in Arnhem

Een wandeling door het Sonsbeekpark in Arnhem neemt ons even mee naar een hele andere wereld. Het park is enorm groot en ziet er bizar buitenlands uit. De hoge bomen, de oneindige paden en de prachtige natuur zijn de elementen om even tot jezelf te komen. En dat op slechts een paar minuten lopen van het Arnhem Centraal Station. Wij ontdekten een heel divers Arnhem: van cocktails aan de Rijnkade tot aan burgers in de oude kantine van Thialf en van het proeven en kopen van lokale jam tot aan frisse ochtendwandelingen in het park. In slechts een weekje tijd zijn we gek geworden op deze stad!

Het centrum van Arnhem is op een gemiddelde doordeweekse dag aardig druk. De vele winkels trekken niet alleen Arnhemmers, maar ook mensen van buiten de stad naar dit bruisende centrum. Gelukkig kun je ook in Arnhem de nodige rust op zoeken. Daarom raden we een aantal plekken aan waar je als bezige bij even goed kunt genieten zonder dat je daarbij last hebt van (toeristische) drukte. Begin de dag met een ochtendwandeling in het adembenemende Sonsbeekpark. Ga het Centraal Station uit bij de Sonsbeekzijde, sla rechtsaf tot de kruising en aan de linkerkant vind je deze bijzondere plek. Het mooie aan dit park is dat je er gemakkelijk een aantal uren kunt vertoeven. Juist wanneer je vroeg in de ochtend gaat zul je zien dat er nog vrij weinig mensen in het park zijn waardoor het net lijkt alsof je het hele park voor jezelf hebt. Oh, als je de eenden natuurlijk niet meerekent, want die zijn er wel genoeg. Dus neem vooral wat brood mee.

Als je toch aan het wandelen bent kun je net zo goed even door lopen naar Park Zypendaal, in het verlengde van het Sonsbeekpark. Daar staan je nog meer hoge bomen, klimsessies en mooie paden te wachten. Dit kun je overigens de hele dag prima doen. De ochtend en de avond zijn echter wel de mooiste momenten. Neem in de avond dan ook meteen je wegwerpbarbecue en wat vrienden mee, want op de heuvel van het Sonsbeekpark kun je heerlijk genieten van een mooie zonsondergang. Vanaf daar kijk je uit over een heel deel van Sonsbeek. Met warme temperaturen is er de hele avond ook nog genoeg te doen, de sfeer in het park is heel gezellig. Dit soort warme zomeravonden gaan we nu al missen met de herfst in het vooruitzicht.

Tijdens ons verblijf in Arnhem 'kamperen' we in de woonkamer van Laura van de fantastische reisblog Whatabouther en haar vriend Robert. In ruil voor een kampeersessie passen we op de beste katten ever: Aap & Noot. Hun mooie huis in Sonsbeek is de ideale plek om geïnspireerd te worden: tussen de vele reisfoto's en andere reisherinneringen kun je haast niet stil blijven zitten. Iedere plek in het huis geeft zoveel inspiratie! Tussen het knuffelen van Aap en Noot door proberen we dan ook met een glas wijn en een plaat in de platenspeler veel ideeën voor Expeditie Kram op te doen. Natuurlijk ook met de nodige pauzes: zo lopen we even door de buurt en stuiten we op de jamkraam van Henk. Henk woont in Sonsbeek en verkoopt vanuit zijn tuin de lekkerste soorten jam.

De wespen zijn zijn vrienden: "Alle wespen van Arnhem verzamelen zich hier, dat snap ik ook wel, want de jam is nu lekker zoet". We proberen de ananasjam en de appel-gemberjam en kunnen écht niet met lege handen naar huis. Al is het alleen om de energie die Henk in zijn kraampje stopt en de manier waarop hij vertelt, zo leuk! We kiezen de appel-gemberjam die tot op de dag van vandaag nog steeds in de koelkast van Laura staat (sorry!). Het viel ons op dat Henk voornamelijk op zonnige dagen in het weekend in zijn tuin aan de Apeldoornseweg in Sonsbeek staat dus mocht je toevallig op zaterdag of zondag in Arnhem zijn, loop vooral even langs en proef de lekkerste huisgemaakte jam!

Naast Sonsbeek is de wijk Spijkerkwartier ook heel tof om doorheen te lopen: naast prachtige huizen zijn er heel veel cafeetjes en boetiekjes te vinden. Wij zijn niet zomaar in het Spijkerkwartier, maar onderweg naar een lunchplek in een oude sportkantine. Thialf ligt helemaal aan het eind in de wijk, wanneer je vanuit het centrum komt. Onderweg komen we mooie stokrozen tegen en vergapen we ons aan de diverse gekleurde huizen. In wijken rondom het centrum leer je een stad soms pas echt kennen, helemaal wanneer je daar in alle rust alles kunt bekijken. Thialf blijkt een hele leuke plek te zijn: het interieur is fantastisch, een mix van vintage en industriële producten. We zijn verliefd geworden op de schoolstoelen, de ijzeren manden waarin de lampen hangen, de open keuken en de locatie.

Beter nog: de sfeer is ontzettend rustgevend omdat de tafels aardig uit elkaar staan en omdat het restaurant niet vol is. Misschien zijn de eigenaren daar niet erg blij mee, maar wij vinden het heerlijk dat je op een hippe plek in alle rust kunt genieten van lekker eten en kunt bijkletsen. Ons favoriete plekje is bij de vintage stoelen, maar om een echte Thialf burger te kunnen eten kiezen we toch voor een tafel op het terras. Deze burger is misschien wel het beste van de dag. Een stevige runderburger met gebakken serranoham, nachochips en lekkere groentes. De speciale Thialfsaus maakt het helemaal af. Hoewel de wandeling hier naar toe ook hartstikke mooi was, was het het lopen ook absoluut waard. De burger is één van de lekkerste die we ooit gehad hebben. De kantine van Thialf leent zich overigens ook perfect er voor als je met een kop koffie wilt werken op je laptop of een afspraak hebt met iemand. Daarnaast kun je er ook terecht voor een avondmaal. Let trouwens wel even op de openingsdagen: Thialf is geopend van woensdag tot en met zondag van 10 tot 23 uur.

 

Voor een goede kop koffie gaan we naar TAPE, een heel fijn tentje naast de toffe vintageshop Things I Like Things I Love, allebei gelegen in Klarendal vlak buiten het centrum. Het zijn beiden megagoede plekken: je rolt van overheerlijke koffie en fijne muziek zo in de cactussen, vintage truien en prachtige magazines ernaast. Onze handen jeuken, het is moeilijk om de portemonnee dicht te houden. Bij Things I Like Things I Love hebben ze zo ontzettend veel leuke dingen! De sfeer is er ook heel prettig: het is er niet druk, ze draaien rustige muziek en je hebt alle ruimte om de hebbedingetjes goed te kunnen bekijken. En te kunnen kopen natuurlijk. Zou handig zijn als ze ook kledingkasten verkochten, zodat we meteen nieuwe opslagruimte voor onze aankopen kunnen aanschaffen.

Vanaf daar maken we een korte wandeling richting het water. Google Maps is onze grootste vriend wanneer we het centrum en zo ook de drukte willen mijden. Het leuke is dat je onderweg vaak langs plekken komt waar je normaal niet zo snel zou langs lopen. In de zomer kun je aan de Rijn terecht voor een lekkere cocktail of een fris biertje. Dan bedoelen we niet in één van de restaurants die standaard aan het water zitten, maar bij één van de popup-strandtentjes waar je in een hangstoel kunt genieten van een zonnige middag of warme zomeravond. Wij blijven hier natuurlijk veel te lang hangen, de cocktails zijn te lekker en de sfeer is heel relaxed. We kunnen ons voorstellen dat dit de perfecte plek is om even bij te komen van een drukke werkdag. Wachten tot de zon ondergaat over de Rijn, goede verhalen en lekkere drankjes. Laat het voor altijd zomer zijn alsjeblieft.

Hoewel we bijna al onze favoriete chillplekken van Arnhem hebben beschreven is er één die absoluut niet mag ontbreken aan deze lijst. Deze plek ligt weliswaar wat buiten de stad, maar is meer dan de moeite waard. Pak je fiets en maak vanaf het centrum van Arnhem een ritje naar de mooiste plek van de Veluwe: de Posbank. Overdag kan het nogal druk zijn op deze plek en daarom raden we ook aan om juist in de avond, na het eten, te gaan. De zonsondergang bekijken op deze bizar mooie plek is ontzettend magisch. De paarse heiden (in augustus en september), de groene vlaktes, het oneindige uitzicht en vooral: de stilte. Neem een kleed mee en een tas met wijn en lekkere hapjes en zie de zon zakken over de heide. Of ga op één van de bankjes zitten kijken naar het uitzicht, gewoon kijken en niks meer. Wij kunnen ons hier uren vermaken, zonder ook maar ergens echt naar toe te gaan. 

Er zijn verschillende routes die je kunt fietsen naar de Posbank: vanuit het centrum zijn er mooie fietstochtjes aangegeven langs veen en groen en met heuveltjes op maar ook af. Juist daarom is het zo fijn om dit fietsend te doen: de wind in je haren is hét gevoel van vrijheid. Hopelijk hebben we jou geïnspireerd om Arnhem ook eens van een andere kant te bekijken. Een citytrip of een dag shoppen in een andere stad hoeft echt niet chaotisch te zijn, zolang je jezelf ook de rust gunt. Even bijkomen van de drukte van alledag is met een dagje door Arnhem op de Kram-manier soms ontzettend nodig. Wandel, kijk om je heen en geniet.