Interview met Hanna Bakker van Gerbnb / The Yurtproject

Een van de meest unieke overnachtingen die we voor Expeditie Kram hebben mogen doen was ongetwijfeld een nachtje in de prachtige Ger op Landgoed Quadenoord van Hanna Bakkers’ project Gerbnb/The Yurtlife. Verspreid over de Veluwe vind je meerdere yurts die Hanna met veel liefde heeft opgezet. Ze verhuurt de yurts aan natuurliefhebbers en met de opbrengst ervan helpt ze mensen in Mongolië om het nomadische leven daar in stand te kunnen houden. Wat mij betreft genoeg redenen om haar voor Expeditie Kram te interviewen, zodat jullie ook wat meer te weten komen over dit bijzondere project.

yurt1.jpg

Hanna is van origine cultureel antropoloog én natuurliefhebber en houdt zich nu fulltime bezig met Gerbnb/The Yurtproject. Ze vertelt: “Sinds enkele jaren heb ik mooie Mongoolse Gers (ook wel bekend als Yurts) te huur op verschillende plekjes op de Veluwe. Voor mijn studie vloog ik de hele wereld over en heb ik heel wat landen gezien. Er was echter één plek waar ik al van kinds af aan van droomde, maar helaas mocht ik daar geen onderzoek doen. Na mijn afstuderen heb ik direct de trein gepakt en ben ik met de Transsiberië Express naar Ulanbataar, Mongolië geboemeld, derde klas, want er was geen geld. Ik ben er uiteindelijk maanden gebleven. Daar werd ik verliefd op de gastvrijheid, het land en de leefwijze in een Ger. Dit wilde ik met iedereen delen! Ik nam zes tenten mee terug, die toen nog niet allemaal voor mijzelf waren, maar ondertussen heb ik ze allemaal terug kunnen kopen en deel ik met liefde mijn passie voor het Ger-leven.”

yurt2.jpg

“Tijdens de maanden in Mongolië ben ik erg geschrokken van de heftige gevolgen van klimaatverandering en de impact die het heeft op de nomaden en hun levenswijze. Met de overnachting in een Ger dragen onze gasten bij aan een stichting die daar helpt waar het nodig is. Zodat de nomadische manier van leven wellicht kan blijven bestaan.”, vertelt Hanna wanneer ik haar meer vraag over het doel van haar project. Ik heb inmiddels al op aardig wat bijzondere plekken geslapen, maar nog op (te) weinig plekken waarbij een goed doel gesteund werd aan de hand van een overnachting. Ik vind het ook extra speciaal dat Hanna dit op zo’n passende wijze weet in te vullen.

In het begin was het nog best even wennen voor haar om dit project te leiden: “De eerste jaren voelde het vooral als dapper zijn, het kostte veel energie om in mijzelf en mijn visie te blijven geloven. Het concept zoals ik het nu neerzet bestond nog niet, dus het was echt pionieren. Gelukkig ben ik vol blijven houden en heb ik veel hulp gehad. Als we een Yurt opbouwen dan helpt de hele familie mee! Nu kan ik er steeds meer van genieten, zelfs van de administratie die erbij hoort. Dan ben ik trots op wat we neer hebben gezet. Een ‘voordeel’ dat bij mijn werk komt kijken is dat ik ontzettend veel in de natuur ben. Ondertussen ben ik zo veel buiten dat ik het gewoon vind om mezelf te zijn en me goed en fit te voelen. Ik merk juist wat de stad met me doet. Dat is soms leuk, maar soms vreet het energie! Van heel veel mensen om me heen word ik wat chaotisch en ben daarom blij dat ik gefocust te werk kan gaan met het werk dat ik doe.” 

yurt3.jpg

Tot slot heeft Hanna nog enkele natuurtips voor jullie: “Natuurlijk ben ik dol op Landgoed Quadenoord in Renkum (hier staat een van de Gers) en het hele gebied van het Renkumse Beekdal. Daar kun je uren dwalen tussen de grafheuvels, dassen burchten en spelende marters. Ook kom ik graag in Friesland aan het IJsselmeer; langs de dijk tussen Stavoren en Hindelopen. Een heel ander gebied natuurlijk, juist dat contrast geeft me energie! Als ik dan naar huis rij en weer de bomen en zandvlaktes van de Veluwe zie, dan voel ik me weer echt thuis.”

Nieuwsgierig geworden naar een overnachting in een van de Gers van Hanna? Check dan zeker de website via hier. Als mensen me naar een bijzondere slaapplek écht midden in de natuur vragen dan geef ik ze regelmatig deze link. Wij sliepen toentertijd in de Ger in Renkum op het prachtige Landgoed Quadenoord. Er zijn ook nog andere magische plekken te vinden op de Veluwe waar je in een Ger kunt overnachten. Ik ga zeker nog op een van de andere plekjes slapen!

Avontuurlijk kamperen in de Eifel

Avontuurlijk kamperen in de Eifel

Kamperen in de Eifel? Check dan natuurcamping Massingsmühle vlakbij Etgert. Lees hier meer over kamperen in de Eifel, geschreven door Niels Kalkman.

Inspiratie opdoen bij de Kampeer & Caravan Jaarbeurs 2018 (+ winactie!)

Inspiratie opdoen bij de Kampeer & Caravan Jaarbeurs 2018 (+ winactie!)

Kom je dit jaar ook naar de Kampeer & Caravan Jaarbeurs? Alles wat je wilt weten over kamperen, bestemmingen, caravans en meer vind je hier.

Dromen in de Dome van Camping Bij Ons

Helemaal verliefd worden op een foto? Dat kan ik zeker. Wanneer vervolgens blijkt dat een bepaalde plek of een bijzondere slaapplek nóg mooier is in het echt ben ik helemaal om. Dit was het geval bij de sfeervolle Camping Bij Ons in Groesbeek, net naast Nijmegen. Een kleine droom kwam toch wel uit toen we in de bijzondere Dome mochten slapen: een koepel met heel veel ramen en een knusse uitstraling. Zo eentje die je vaak op hele vette locaties ziet in Amerika, Noorwegen of Canada. Wat blijkt: Camping Bij Ons is de enige camping (tot nu toe) in Nederland die beschikt over deze unieke accommodatie. Dat maakt het extra bijzonder om hier te mogen overnachten.

Screenshot 2018-05-13 at 14.20.04.png

Hoe kom je er?
Vanaf Utrecht Centraal ben je nog geen twee uur onderweg om deze prachtige locatie te bezoeken. Het fijne is dat je zelf wat betreft slaapspullen niets hoeft mee te nemen, dus je kunt zonder al te veel spullen het openbaar vervoer pakken. Vanaf het treinstation neem je de trein naar Nijmegen, daar stap je uit. In Nijmegen neem je bus 5 richting Groesbeek De Horst en je stapt uit bij bushalte Kerk (de Horst). Vervolgens is het ongeveer vijf minuutjes lopen naar de camping en het avontuur kan beginnen!

We worden welkom geheten door eigenaresse Rita in de hele gezellige 'stubli', waar we direct een kop koffie krijgen. Ze vertelt dat ze samen met haar zus en beide partners de camping heeft opgezet. Ik kijk mijn ogen in de stubli al uit: de mooie vintage kleden, een open haard en de houten tafels en stoelen geven een hele Scandinavische vibe. Dat betekent wat voor de rest van de accommodaties op de camping! En ja hoor, nadat we de sleutel hebben gekregen voor de Dome zien we nog veel meer toffe plekjes: van een jachthut tot een tipi en van een bootje tot een zogeheten veldkamer. Aan iedere bijzondere slaapplek is met bloed, zweet en tranen gewerkt, met een fantastisch resultaat. De meeste accommodaties zijn volledig zelf ontworpen, gemaakt en ingericht. Dat maakt het nog net een stukje unieker.

De inrichting van onze slaapplek, de rechterdome hierboven, is net zo mooi als de buitenkant. Alles matcht zo goed bij elkaar: veel hout, veel vintage én toch modern. Alles is aanwezig voor een comfortabel verblijf: twee stapelbedden die aan elkaar geschoven zijn, een kitchenette, een heuse Chesterfield, een tafeltje met vier stoelen, een lekkere warme deken op de bank, een houtkachel en meer. We hebben de luxe dat we hier met z'n tweeën slapen, maar er is dus ruimte voor vier! Voor de dome is een houten vlonder met een picknicktafel waar het heel goed toeven is. Vanaf daar zien we een grote paal met een ooievaarsnest erop waar ook nog eens een ooievaar op zit. Rita vertelt ons even later dat de ooievaar aan het broeden is en niet veel later na ons verblijf zijn er jonkies geboren, hoe leuk is dat?

Het kampeerterrein
Het bijzondere van de camping is dat het een heel vrij sfeertje heeft. Tussen de bijzondere slaapplekken staan wat (retro) caravans en campers en er is hier en daar een tentje opgezet. Direct naast de camping stroomt de Groesbeek waarlangs een wandelroute te vinden is. Her en der zijn heerlijke zitplekjes gecreëerd, in de avond wordt een kampvuur gemaakt waar je aan kunt schuiven en er zijn zelfs twee originele Dutchtubs te huren. Lekker in de avond met een wijntje in warm water zitten en naar de heldere sterrenhemel turen voordat je je bed inkruipt, wat wil een mens nog meer? Mocht je nou helemaal tot rust willen komen, dan kan dat natuurlijk ook. Je bent helemaal niet verplicht om bij het kampvuur te gaan zitten of in de stubli een kop koffie te komen drinken. Het is echter wel een hele leuke manier om andere kampeerders te ontmoeten en een praatje te maken met de andere eigenaren van de camping. Plus een kampvuur is eigenlijk altijd heel gezellig!

Slapen in de dome
Omdat het deze avond best fris is, besluiten we wanneer het donker wordt de houtkachel aan te zetten en onder de wollen deken op de bank te kruipen. Niet alleen de warmte is lekker, de geur van smeulend hout zorgt voor het ultieme outdoor-gevoel. Dit alles natuurlijk met een luxe tintje, want we kunnen hierna gewoon in een bed met warm beddengoed slapen. Helaas is het deze nacht best bewolkt, dus zien we geen sterren vanuit de Dome. We worden echter wel midden in de nacht wakker van iets anders...

Rond een uur of drie breekt de hemel boven het kampeerterrein namelijk open. Harde regen, flitsen, onweer: in onze Dome zien en horen we alles en eigenlijk is dat hartstikke knus! De regen tikt op het dak en terwijl we nog verder onder de dekens schuiven kijken we vanuit het bed naar het natuurgeweld. Slapen lukt weliswaar even niet met die herrie, maar dat geeft helemaal niks. Ik heb denk ik nog nooit zo onder onweer gelegen dat je alles kunt zien terwijl je gewoon in bed ligt, wat het best wel bijzonder maakt.

Overige informatie
Iedere vrijdagavond organiseert de camping een zogeheten Pizzaparty waar heerlijke pizza's worden gemaakt. Iedereen mag meedoen, ook als je niet op de camping staat. In het hoogseizoen worden dergelijke aanschuifavonden zelfs twee keer per week georganiseerd. Hoewel wij net op andere dagen hier waren is me al door meerdere mensen (!) verteld dat dit ontzettend leuk én lekker is, dus alleen voor de pizza's moeten we al een keer terugkomen. Dat is absoluut niet het enige punt waardoor ik helemaal verliefd ben geworden op deze camping. De gastvrijheid van Rita, de mooie natuur en de kleurrijke camping zelf zijn dé ingrediënten waardoor deze plek op het lijstje staat met favoriete campings in Nederland. Én dan hebben we er nog niets eens met onze caravan gestaan! Gauw een keer terug dus.

Meer informatie vind je via de website van Camping Bij Ons. De camping is geopend van 20 april tot en met 1 oktober, in de wintermaanden op afspraak.

Kamperen in september? Hier moet je zijn

Kamperen in september? Hier moet je zijn

Lekker kamperen in september? Waarom niet! In dit artikel lees je dé plekken waar je moet zijn.

Tadzjikistan: zorgeloos kamperen aan de Afghaanse grens

Kamperen aan de grens met Afghanistan, het staat niet direct heel hoog op mijn bucketlist. Toch zullen we in Tadzjikistan zo'n 550 kilometer langs de grens fietsen en soms in het zicht van het land de tenten moeten opslaan. We volgen de – bij wereldfietsers – inmiddels redelijk populaire Pamir Highway (de M41, een oude Russische snelweg), die over de zo’n beetje hoogst befietsbare bergpassen (tot 4650 m.) voert en die vanaf Khorog een aantrekkelijke detour biedt door de Wakhan Vallei.

Door Ingmar Griffioen

We fietsen schier eindeloos langs de rivier en de grens, met altijd links Tadzjikistan en rechts Afghanistan. In het begin liggen de meeste dorpen aan de Afghaanse zijde en de desolate steenhellingen aan de Tadzjiekse, later wisselt dat telkens. We fietsen er zo’n acht dagen langs, tot van de brede Pyandzh rivier nog maar een dun stroompje over is. De miniatuurpoppetjes op ezels of motorfietsen krijgen gezichten, de huizen, akkers en dorpjes karakter, de kameel in de verte lijkt opeens een flink beest en het land zo dichtbij dat we het bijna kunnen aanraken. Het lukt na een paar keer proberen om een steen vanuit Tadzjikistan op het pad boven de stenige Afghaanse rivieroever te laten stuiteren. Dat is dichtbij genoeg.

IMG_20180704_175428_344.jpg

Afghaanse handel en ontmoetingen
In Qal'ai Khumb bezoeken we 'de Afghaanse markt', een plek waar Afghanen en Tadjzieken (beiden van het Wakhan volk, dat deze afgelegen en vruchtbare vallei bewoont) handelen en elkaar ontmoeten. In tegenstelling tot de populaire en door de militairen nu gesloten markt in Ishkoshim, bevindt deze markt zich niet op niemandsland, maar aan de Tadzjiekse zijde. Veel bijzonders wordt er niet verkocht: vooral watermeloenen en plastic Chinese troep, plus ander fruit, wat groentes, aardappels, kippen en koekjes. We krijgen de kans om enkele Afghanen de hand te schudden, voordat een grenswacht ons vrijwel alle foto's van de markt (in de richting Afghanistan) laat verwijderen en onze gids ons terugvoert. Ook dit was even dichtbij genoeg.

Afghanistan is iets waar het thuisfront – en wijzelf aanvankelijk ook – nogal nerveus van wordt. Het is een land dat je kent uit verhalen over oorlog, Taliban, strikte interpretatie van de islam, 9-11, Osama, Amerikaanse inval, aanslagen en ga zo maar verder met die misère. De vele blogs die we lazen over de Pamir Highway schetsen echter een beeld van een weelderige vallei met veel homestays en woest natuurschoon. Van de Afghanen zou je niks te duchten hebben. Ze houden zich wel bezig met drugs- en wapensmokkel over de rivier, maar vallen geen buitenlandse toeristen aan. Aangeraden wordt wel om niet direct aan de rivier en in het zicht van de Afghaanse zijde te kamperen.

IMG_20180703_170410_573.jpg

Voorbereiding thuis
In Nederland hebben we ons grondig voorbereid op een pittige fietstocht (in 6 weken van de Tadzjiekse hoofdstad Dushanbe naar Bishkek in Kirgizië), waarbij we veel op onszelf teruggeworpen zullen worden. We hebben genoeg voedsel mee om 2 weken onafgebroken te kunnen koken, het gas gekocht om dat ook te verwarmen, kunnen vaat en kleding met zeep schoon boenen, vele liters water vervoeren en anders filteren. Ook kunnen we in extreme omstandigheden onszelf warm houden en de tenten overeind houden. De eerste dag is het meteen raak: 106 km buiten Dushanbe slaan we de tenten op naast een rivier, een plek die ik dan de mooiste kampeerplek ooit noem. De volgende dag zie ik dat we naast de grootste mijn ooit liggen en ’s nachts slaap ik niet door de vele vrachtwagens vol erts die de grond doen bewegen en door mijn tentje schijnen. Prachtplek verder en heerlijk om jezelf poedelnaakt in een rivier te wassen, maar de volgende dagen zullen meer wildernis en schoonheid tonen.

De tweede fietsdag openbaren meerdere realiteiten zich: fietsen bij 40 graden is nogal onbarmhartig – zeker als het asfalt verdwijnt en een mix van keien, grind en zand op een wasbordpatroon overblijft – en Tadzjikistan is spaarzaam bevolkt, maar de weinige mensen zijn doorgaans zeer behulpzaam. Terwijl onze kersverse Franse kompaan Thomas, gesloopt door dagen darmklachten, zich gereed maakt om de tent op te zetten, stopt een auto. Uit het raampje komt een stroom Russisch, waaruit een Nederlandse passant opmaakt dat de dokter van het dorp een slaapplek aanbiedt. Bij aankomst op zijn grote erf krijgen we direct thee en koekjes, een tuinslang als douche en vervolgens nog avondeten. Het is de eerste van vele hartelijke ontvangsten bij Tadzjieken thuis, plekken waar we voor 5 tot maximaal 15 dollar de man slapen en meerdere maaltijden en potten thee ontvangen.

De volgende dag kamperen we weer op een schitterende plek, boven de rivier even buiten een plaatsje waarvoor we twee kleinere riviertjes doorgewaad zijn. Gelukkig helpen kinderen de fietsen duwen. We zitten mooi uit het zicht een paar meter boven de weg. Langs het kampement stort een kleine beek uit de bergen naar beneden en zo zijn douche en (af)was weer geregeld. De koeien lopen ook zo van de berg af langs de tent. Helaas begint het tijdens het eten te regenen, meteen een goede test voor de waterdichtheid van alle kampeer- en fietsgear.

De Afghaanse grens zien we pas bij Qal'ai Khumb. Het besef van wat er aan de andere kant ligt en de aanwezigheid van veel grenswachten en militairen maken indruk. Vooral de eerste dagen kijk ik vrijwel continu naar wat zich aan de overkant afspeelt. Dat is vaak niet meer dan jongens op stap met ezels of vee, maar ik ben wel gefascineerd. Onderweg lees ik ‘De boekhandelaar van Kaboel’, waarin correspondent Asne Seierstad een meer gefortuneerde familie volgt en zo vele onthullende kijkjes biedt op de traditionele stammenmaatschappij. Zo onthullend is mijn blikveld zeker niet, maar de nieuwsgierigheid blijft mijn blik gidsen.

Hollandse nasi en koud bier
Kamperen aan de grens hoeft – dankzij de gastvrijheid – pas weer na Khorog, de hoofdstad van de autonome provincie Gorno-Badakshan. We zitten inmiddels in de Wakhan Vallei, waar de abominabele ondergrond een snelle voortgang dwarsboomt en de dorpen soms ver uiteen liggen. Bovendien staat er ineens een Nederlander op de weg. Het is Hein, die met zijn vrouw in een omgebouwde jeep door Centraal-Azië reist. We zijn eigenlijk niet van plan om al te stoppen, maar de joviale landgenoot verleidt ons met de belofte op een beschutte kampeerplek en een grote pan nasi. Mooi die Nederlandse gastvrijheid onderweg, de plek is inderdaad fraai, de nasi on-Nederlands goed en eigenlijk ontbreekt alleen een sleurhut vol aardappels en koffie nog aan het plaatje. De maaltijd en koude biertjes die Hein telkens uit de Landcruiser tovert, maken veel ontberingen goed en die kilometers… plakken we er de volgende dag wel aan.

Nog mooier is de volgende kampeerspot in de Wakhan. Ditmaal zitten we er alle vier al aardig tot ernstig doorheen. Vanaf ‘de weg’ zijn stukjes rivierstrand te zien met groene stroken vol struiken. Dat spreekt niet een klein beetje tot de verbeelding. Probleem is dat 20 meter verderop, aan de andere kant van het water een brug is en een weggetje. Mensen hebben we al de hele dag niet gezien in Afghanistan, die luid balkende ezel joeg ook niet veel schrik aan, maar dit is toch wat te veel ‘in het zicht’ voor comfort. Omdat we toch moeten wachten op twee wat langzamere kompanen kunnen we wel even op ontdekkingsreis. Want wat loopt daar voor oud weggetje richting de rivier? Tientallen meters valt er nog te ploegen door het zich verdiepende grind, daarna is het toch echt afstappen en duwen.
 

IMG-20180724-WA0018.jpg

Droomplek op het Tadzjiekse strand
Het weggetje lijkt in het niets te eindigen (zoals veel hier), maar daar rechts beneden lonkt wel weer een stuk strand met bosjes. Ik ga op expeditie. Het strand slingert zich langs de rivier en nog verder uit zicht van de Tadzjiekse weg. En ook steeds meer uit de wind. Er liggen ook al geblakerde stenen van eerdere kampeerders en de rivierstroming wordt afgeremd door eilandjes. Ideaal! Maar de Afghaanse zijde is nu wel erg dichtbij. Aan de overkant zijn alle vormen van bewoning en civilisatie echter verdwenen en vanaf de rivier gaat een steile helling omhoog. Hm. Hier kunnen we toch wel vier tenten kwijt tussen die bosjes? Eenmaal compleet zijn de vier fietsers het snel eens: topplek. Opbouwen en kokkerellen maar. Vroeg erin, want 20.00 uur is het al donker. Van slapen langs een wild kolkende rivier liggen we inmiddels al niet meer wakker en een nachtelijke plaspauze levert dan een schitterend sterrenlaken aan de hemel op. De volgende ochtend is het nagenieten aan het ontbijt en dan alle tassen weer op de fiets sjorren. Net voor we wegrijden, zien we een man op een paard langzaam over de heuvelrug aan de overzijde bewegen. Lagen we toch wel in zicht? Oh well.

Het blijkt later een van de laatste kampeerplekken. In Kirgizië willen we graag nog eens kamperen, maar twee plannen smoren in de regen. Bovendien is het aanbod aan accommodaties in dit Centraal-Aziatische land nog veel rijker en beter. Om van Tadzjikistan in Kirgizië te komen moeten we echter meerdere bergpassen over. We zijn net het enorme kratermeer Karakul gepasseerd en lijken wel de enige wezens in dit uitgestorven indrukwekkende landschap. Boven de 4000 meter is nagenoeg geen vegetatie en naast de vele bergmarmotten (soort wolliger en koddiger stokstaartjes) en vogeltjes woont hier niemand. Er zijn nu ook geen nomaden te vinden die ons een ‘yurt-stay en fastfood’ aanbieden, er is ook geen uit Chinese zeecontainers opgetrokken dorp (als Alichur) te bekennen. Niet zo gek ook, want we fietsen over een hoogvlakte tussen twee passen en blijven boven de 4000 meter. Ademen is tijdens de beklimming een ware beproeving en het wegdek is vooral centimeters zand bovenop het door vrachtwagens gevormde en fietsers gehate wasbordpatroon. Erger is dat de wind deze middag extra grimmig is opgestoken. We hebben deze route vooral wind mee, maar hier is dat plots omgedraaid. De wind zwelt aan tot iets van windkracht 8, waardoor ik zelfs tijdens de afdaling van de eerste pas bijna niet vooruit kom. Halverwege de hoogvlakte is het zo erg, dat we besluiten de handdoek te werpen. Geen echte beschutting in zicht, alleen een heuvel en de tent opzetten op de met zand en helmgras bedekte vlakte valt nog niet mee.

Ondanks de stofwolken krijgen we twee tentjes de kleigrond in en hoewel het nog geen 17.00 is, besluiten we te gaan koken. Er is maar één plek waar een gasbrander enige kans maakt: een oude Russische bunker bovenop de heuvel. We vieren de beklimming van de pas en de uitstekende Bolognese-maaltijd met een neut Russische wodka (when in the former Sovjet Union...) en als toetje dient Tadzjiekse chocolade en Nederlandse kamillethee. Vervolgens rest er niks anders dan in de warmte van de tent een boek lezen. En hopen dat het morgenochtend minder hard waait, zodat we de grensovergang naar Kirgizië, de tweede pas en 53 km afdaling naar Sari Tash kunnen voltooien. Het is kwart voor 7 en ik rits mijn Yeti slaapzak voor het eerst helemaal dicht. Wat kan het leven soms heerlijk eenvoudig zijn.

Waarschuwing: Laat je vooral niet afschrikken door angstverhalen n.a.v. de aanslag. Doe jezelf en Tadzjikistan niet tekort.
Verder lezen? Dat kan hier.

IMG-20180724-WA0013.jpg

Ingmar Griffioen is zo'n 20 jaar actief als muziekjournalist. Hij werkt voor onder meer Never Mind The Hype, VPRO 3voor12 en Eurosonic Noorderslag en als docent op de Nederlandse Pop Academie en de Herman Brood Academie. Daarnaast is hij gepassioneerd fietser en reiziger, liefst naar verre onbekende oorden. Je kunt hem hier volgen op Instagram voor meer mooie reisplaatjes.

3x bijzonder overnachten bij Utrecht

        Deze kaart kun je bestellen via  Wereldkaarten.nl.

       Deze kaart kun je bestellen via Wereldkaarten.nl.

Inmiddels wonen we al een aantal jaren in de mooiste stad (ja, echt!) van het land: Utrecht. Omdat we jullie willen laten zien hoe gemakkelijk het kan zijn om op een bijzondere plek te slapen en hierbij gebruik te maken van openbaar vervoer om er te komen, vertellen we je in ieder artikel hoe je er vanaf Utrecht Centraal, een centrale plek in Nederland, komt. Een groot deel van de overnachtingen bereiken we ook zelf met het OV. Op die manier is bijzonder slapen voor nog meer mensen toegankelijk en dat vinden we erg fijn. Heb je nou geen zin om ver te reizen vanaf Utrecht maar wil je wel even de natuur in? Dat snappen we helemaal! Daarom hebben we drie bijzondere overnachtingen op korte afstand vanaf Utrecht voor je verzameld: stuk voor stuk magische slaapplekken waar we zelf al eens hebben mogen slapen. 

Screenshot 2018-08-24 at 10.35.13.png

Kampeerbosje Leerdam
Eind 2015 sliepen we in een hele knusse trekkershut van Kampeerbosje Leerdam. Dit groene kampeerterrein is vanaf Utrecht Centraal gemakkelijk te bereiken met de trein: je neemt vanaf daar de trein richting Geldermalsen om vervolgens daar over te stappen op de stoptrein richting Leerdam. Het laatste stukje naar de camping wandel je met behulp van Google Maps of een kaart. Wat ook aan te raden is, is om vanaf Utrecht de fiets te pakken. Misschien denk je wanneer je vanaf het station richting het terrein loopt "huh, maar waar kun je hier kamperen dan?". Dat wordt al snel duidelijk wanneer je bij het kampeerbosje bent: een klein bos dat omringd is met weilanden biedt plek voor ongeveer 15 tenten. Iets verder op het terrein staat een trekkerhuisje, een ingerichte caravan, een Randstad tent en een pipowagen en er staan twee cabins. Voldoende mogelijkheid om je eigen gear tussen te laten en even hier goed tot rust te komen dus! Lees hier onze blog over deze overnachting.

Wat: trekkershut bij Kampeerbosje Leerdam
Waar: Leerdam
Wat kost dat?: vanaf 60 euro per nacht.

Boomhutten van Buytenplaets Suydersee
Waar we ook achter zijn gekomen is dat je met de trein binnen no time in Lelystad bent. Hoewel we (eerlijk is eerlijk) niet direct dachten dat Lelystad een prachtige kampeerbestemming zou zijn, werden we ontzettend verrast door hoe snel je daar in de natuur staat. Zelfs toen we met de bus richting Buytenplaets Suydersee gingen om daar in een boomhut te overnachten bleven we tot de laatste halte 'zoeken' naar natuur. Wat bleek: op slechts enkele minuten wandelen na de bushalte kwamen we op het mooie kampeerterrein van Buytenplaets Suydersee, naast een drukke weg zonder dat je daar heel veel van merkt. Ideaal! Neem hier je tentje mee naartoe of kom slapen in een van de bijzondere overnachtingen. Wij sliepen in een luxe boomhut, die van de binnenkant met de badjassen, Nespresso en een heerlijk bed wel iets weg had van een hotelkamer in de natuur. Hoe bijzonder is het om wakker te worden ín een boom? Naast de boomhutten kun je hier overnachten in een pipowagen, rioolbuizen (!), een zeecontainer, tiny houses, een schoolbus en meer. 

Wat: boomhutten bij Buytenplaats Suydersee
Waar: Lelystad
Wat kost dat?: vanaf 145 euro per nacht.

Tiny Surfhouse Schoonhoven
Nóg zo'n plek die absoluut de moeite waard is: het mintblauwe Tiny Surfhouse in Schoonhoven. Dit prachtige kleurrijke huisje staat op camping 't Wilgerak direct aan de Lek. Vanaf Utrecht Centraal pak je de trein richting Gouda en vanaf daar de bus richting Schoonhoven om de plaats te bereiken. Fietsen vanaf Utrecht kan natuurlijk ook, want het is slechts 32 kilometer vanaf de stad. Het mooie van deze plek is dat het houten huisje aan de rand van de camping staat waardoor je echt een plekje voor jezelf hebt. Met mooi weer kun je lekker zwemmen in de Lek, want je hebt een strandje voor de deur! Ook is er een kleine roeiboot aanwezig, zijn er twee fietsen te vinden en heb je de beschikking over een barbecue. Kortom: alle ingrediënten zijn aanwezig voor een ontspannen overnachting vlakbij Utrecht. Meer lezen? Lees hier onze blog over Tiny Surfhouse Schoonhoven.

Wat: Tiny Surfhouse
Waar: Schoonhoven
Wat kost dat?: vanaf 105 euro per nacht (4 personen)

Sterren kijken vanuit je bed in een Sterrenkubus

In het prachtige Twente (yes, daar komen we vandaan!) vind je Erfgoed Bossem, een bijzondere locatie met meerdere mogelijkheden voor overnachten en een groot restaurant midden in het Twentse groen. Een van de slaapopties zijn de Sterrenkubussen, kleine vierkante houten cabins met een doorzichtige koepel op het dak. Ons werd verteld dat we vanuit het huisje zo naar de sterren konden gluren. Bij aankomst bleek niets minder waar en was er nóg een verrassing: de koepel bevond zich precies boven het bed op de vide. Lekker onder de wol genieten dus!

Hoe kom je er?
Erfgoed Bossem ligt in Lattrop en is eenvoudig te bereiken met het openbaar vervoer. Vanaf Utrecht Centraal kun je bijvoorbeeld met de trein naar Hengelo waar je de stoptrein naar Oldenzaal neemt. Vanaf station Oldenzaal neem je buslijn 62 van Syntus naar bushalte Veldkampseweg in Denekamp. Daar stap je uit en wacht je op buslijn 596 (buurtbus) richting Ootmarsum. Eenmaal ingestapt wacht je op bushalte Viersprong in Lattrop-Breklenkamp vanwaar het nog een minuut of drie lopen is naar Erfgoed Bossem.

We worden in de grote, maar knusse boerderij van het erfgoed verwelkomd, nadat we kennis hebben gemaakt met de koeien, de geiten en de kippen van het erf. We krijgen de sleutel van een van de kubussen en warmen nog even met een kop cappuccino op voordat we de winterse kou weer in gaan. Eigenaar Dennis Rerink komt even een praatje maken en vertelt met aanstekelijk enthousiasme over zijn prachtige project. De kleine huisjes zijn op zo'n manier ingericht dat je over diverse faciliteiten beschikt zoals een keukentje, een zitplek en een douche zonder dat je het idee hebt dat het opgepropt is. Deze doordachte functionaliteit zorgt ervoor dat je best wel een paar nachten kunt slapen in een van de Sterrenkubussen, omdat je over eigenlijk alles beschikt wat je nodig hebt. Op dat punt heeft het huisje wel iets weg van een Tiny House; er zouden zelfs vier personen kunnen overnachten wanneer je van de bank een slaapbank maakt, vertelt Dennis.

Door de verhalen van Dennis zijn we extra nieuwsgierig naar deze bijzondere slaapplek. Rechts van de boerderij vind je meerdere kubussen waarvan wij een van de eersten gaan bewonen voor een nachtje. De buitenkant is al uniek te noemen, maar wanneer we binnen stappen weten we niet wat we zien! We geloven het bijna niet dat al deze functionaliteit op slechts 9m2 te vinden is: van een comfortabele bank met kussens en een tafeltje tot aan een ruime plek om te koken en van een groot bed op de vide tot aan een uitgebreide douche. Er is koffie en thee aanwezig, je vindt meerdere borden, bekers en bestek in de kastjes en het bed is al opgemaakt. Wat een warm welkom!

Screenshot 2018-01-24 at 17.13.44.png

Stiekem kunnen we niet wachten tot het donker wordt. Boven het bed op de vide is namelijk een grote koepel gebouwd wat betekent dat je vanuit je bed (dus lekker onder de dekens!) sterren kunt kijken. Boven de bank staat ook nog eens een telescoop met instructie waarmee je buiten nog meer van het heelal kunt ontdekken. Het is spannend of het helder wordt omdat het na aankomst begint te sneeuwen, dus we besluiten om eerst de omgeving te ontdekken en net over de Duitse grens te gaan, naar het plaatsje Nordhorn. We laten ons verrassen deze avond en vinden het hoe dan ook een fijn plekje, met of zonder heldere hemel.

Voordat we terugkeren naar onze Sterrenkubus stoppen we dan ook even bij een supermarkt om allemaal lekkere dingen te halen die we in het keukentje kunnen klaarmaken. Echt alles is aanwezig om een volledige maaltijd klaar te maken. We maken van het zithoekje een handige eetplek en proosten met een rode wijn op deze bijzondere overnachting. Het blijft nog steeds zo magisch om op dit soort plekken te mogen slapen! In de avond is het dan ook écht stil bij Erfgoed Bossem, de stilte waar je soms in de grote stad zo naar kunt verlangen. In het begin van Expeditie Kram vonden we de stilte 'wenneń' en zelfs een beetje spannend, maar nu is het juist een voorwaarde van een fijne slaapplek.

Natúúrlijk gaan we laat op de avond even naar buiten met de telescoop. Op de een of andere manier hebben we vaak best wel veel geluk: de hele avond heeft het gesneeuwd en was het bewolkt. Nu is de omgeving bedekt met een romantisch wit laagje sneeuw én is het ineens volledig onbewolkt. Er zijn sterren te zien! En veel ook! Op ons houten terrasje installeren we de telescoop op de tafel om de sterrenhemel te ontdekken. Een glas rode wijn erbij, muts tot over onze oren getrokken en turen maar.  De stilte is naast alle lichtgevende stipjes in de lucht een ander aspect wat dit moment zo bijzonder maakt. Oke, af en toe horen we een koe loeien, maar dat is toch hartstikke gezellig?

Wanneer het net iets te koud wordt in de sneeuw besluiten we onder de dekens te kruipen want ook vanuit het bed op de vide kun je de sterren bekijken. Aan de zijkanten van de doorzichtige koepel ligt nog een beetje sneeuw, wat het geheel alleen maar extra leuk maakt. Een échte sterrenhemel werkt veel beter dan die lichtgevende opplaksterren aan de muur van vroeger om in slaap te komen, maar we willen het liefst nog niet gaan slapen want hoe vaak maak je dit nu mee? Voordat we het weten vallen onze ogen toch dicht, dat gestaar naar de ruimte maakt dromerig en al snel dommelen we in slaap. Dromen over het oneindige heelal dan maar...

Screenshot 2018-01-24 at 17.13.58.png

Als we de volgende ochtend wakker worden, staat er een flink gevulde ontbijtmand met heerlijke streekproducten voor de deur. Boerenkaas, verse yoghurt, rauwe eitjes die we zelf kunnen koken of bakken, croissants en smaakvolle appelsap! In de keuken van de kubus maken we een lekker kopje koffie en beginnen we aan deze fijne verrassing. Buiten is het nog steeds wit en we kunnen niet wachten om weer naar buiten te gaan. Voor nu is dit warme holletje (zo voelt het echt) nog veel te gezellig om ons aan te kleden en weer op pad te gaan, maar we weten nu al zeker dat we de volgende keer langer blijven dan één nachtje en de hele ochtend warm binnen kunnen blijven. Wat een fijne plek vol rust, bijzonderheid en natuur, en dat allemaal op het Twentse platteland.

Benieuwd geworden? Snappen we! Lees hier meer over deze fijne slaapplek of boek zelf een of meerdere nachtjes in een heuse Sterrenkubus!

Bijzondere plekken om te bezoeken in de herfst

Het ene moment begint het jaar net en voordat je het weet is het alweer bijna 2018. Ik weet niet of het aan ons ligt, maar wat gaat de tijd bizar snel! Voordat de herfst voorbij is willen we je nog even op het hart drukken om deze weken naar buiten te gaan. De kleurrijke bladeren hangen op veel plekken nog aan de bomen, de golden hours zijn verschrikkelijk fraai en de natuur is in dit seizoen misschien wel op haar mooist. We hebben een paar van onze favoriete plekken op een rij gezet waar jij deze herfst ook nog heel blij van kunt worden.

download (3).jpg

Waddeneilanden - Nederland
Als allereerst natuurlijk 'onze eigen' Waddeneilanden, met stip op nummer één wanneer het om onze lievelingsplek van Nederland gaat. Texel is gemakkelijk te bereiken met het openbaar vervoer en de boot vanaf Den Helder, hoewel de boottochtjes naar de andere eilanden weer wat langer duren en daarmee (vinden wij dan) een stuk leuker zijn. We zijn gek op het kleinschalige van Vlieland en Schiermonnikoog; de natuur op beide eilanden is kleurrijk en je kunt er ontzettend goed wandelen en fietsen. Ook Terschelling staat hoog op het lijstje, omdat er genoeg te doen is in het najaar zonder dat het ook maar ergens druk is. Je kunt er uren wandelen, foto's maken, koffie drinken en je ogen uitkijken en dat is soms precies wat je nodig hebt tijdens een herfstig uitje.

download.jpg

Hangbrug Geierlay - Duitsland
Vorig jaar is Liv wezen kamperen in de buurt van de - inmiddels welbekende - hangbrug van Geierlay in Duitsland. Het leuke aan deze plek is dat je er binnen no time bent, omdat het helemaal niet zo ver rijden is, maar dat het wel ver genoeg is om er een toffe roadtrip van te maken. Onze tip is om zo vroeg mogelijk naar de brug te gaan, zodat de wolken nog laag hangen en om het meeste publiek te mijden. Zoek maar eens op Instagram op #geierlay en je ziet meteen waarom je er niet overdag wilt zijn ;-) Je ziet dan namelijk amper wat van de brug en de magische omgeving omdat het er erg druk kan worden. Probeer ook om (als dat mogelijk is natuurlijk) doordeweeks in plaats van in het weekend te gaan, om op die manier de meeste mensen te ontwijken. Dergelijke plekken zijn toch het mooist zonder andere mensen (not even sorry).

23730883_10154830416841682_1939650454_o.jpg

Saalfelden - Oostenrijk
Iets verder maar nog steeds niet onbereikbaar: Saalfelden in Oostenrijk. Eerder schreven we over een herfstige roadtrip naar en door Oostenrijk en we blijven erbij; wát een bestemming in de herfst! Oostenrijk is een land dat juist in de zomer en in de winter veel wordt bezocht terwijl het najaar misschien wel het mooiste seizoen is om er te gaan wandelen of zelfs te wintersporten. Het plaatsje Saalfelden (vlakbij de grens met Zuid-Duitsland) in Salzburgerland is een goede uitvalsbasis wanneer je het herfstpalet al wandelend van dichtbij wilt bekijken en wanneer je even op de latten wilt staan op de Kitzsteinhorn gletsjer. Neem je wandelschoenen mee en kleed je warm aan, want het kan er al aardig koud worden. De bergen, de bossen, de uitzichten, de wandelroutes... Mogen we weer terug?

7AFBB3D1-E0A7-44BC-83CB-CAD40FBEA30D.jpg

Nationaal Park de Hoge Veluwe - Nederland
Geen zin, tijd of geld (of allemaal) om naar het buitenland te gaan? Voor mooie natuur hoef je gelukkig niet per se het land uit. Een van onze favoriete plekken van Nederland is zonder twijfel het Nationaal Park de Hoge Veluwe. Wanneer de heide net is uitgebloeid voelt het park nog steeds aan als een waar sprookje. Je hebt er tientallen afslagen, prachtige stukjes rustige natuur, mooie vergezichten en met een beetje geluk kom je er in het najaar een van de wilde dieren tegen. Als het rustig is laten de herten zich bijvoorbeeld een stuk sneller zien dan in het hoogseizoen in de zomer. Het park is perfect voor een wandeling, maar omdat het zo groot is raden we het aan om een van de witte fietsen mee te nemen die je bij iedere ingang vindt. Als je er in de middag bent is het het zeker waard om even te wachten tot het golden hour is om de mooiste lichtinval in de natuur OOIT mee te maken. 

A0EA7DAA-C944-4DE3-8C7B-1B5C1BAA14C5.JPG

Tromsø - Noorwegen
Vorig jaar november vierden we Liv's verjaardag onder de Aurora Borealis in Tromsø helemaal in het noorden van Noorwegen, wat ontzettend bijzonder was. De stad zelf bleek ook een prima uitvalsbasis voor een herfstig tripje. Je moet er wel rekening mee houden dat het rond deze tijd van het jaar vaker donker dan licht is - de zon ging op rond een uurtje of tien in de ochtend en was tegen drie uur in de middag alweer verdwenen - maar man, wat een mooie omgeving. Maak een roadtrip vanuit de stad naar de afgelegen fjorden, de onontdekte plekjes en de vele meren. Wedden dat je net zo verliefd wordt op Tromsø en omgeving zoals wij dat vorig jaar werden? We hebben je gewaarschuwd.

Heb jij ook een bijzondere plek waar je in de herfst het liefst bent?

Herfstige roadtrip naar en in Oostenrijk

Er zijn genoeg mensen om me heen die iedere winter naar Oostenrijk vertrekken voor een flinke portie wintersport of die er al eens zijn geweest om de latten onder de voeten te binden. Ook de zomerse maanden blijken behoorlijk populair onder de reiziger die van natuur houdt, maar hoe zit dat eigenlijk net buiten de populaire seizoenen, zoals de herfst? Stel je voor nu eventjes het volgende voor: je wordt wakker en het eerste wat je ziet is een palet aan herfstkleuren. De bladeren van de bomen naast de caravan zijn groen, geel en rood en daarachter is een indrukwekkend berglandschap te zien met grove rotsen en... sneeuw! Oostenrijk in de zomer is groen en fijn en in de winter is het één groot sneeuwfestijn, maar het land in de herfst? Onbeschrijfelijk. Net als de Eifel, Zuid-Duitsland en de Ardennen. Ga je met ons mee op herfstige roadtrip?

IMG_5597.JPG

Hoe kom je er?
We rijden vanaf Nederland met de auto én caravan (luxe kamperen ineens joh!) naar het meest zuidelijke puntje van Nederland. Daar steken we de grens over om de eerste avond in de Eifel te kamperen op een fantastische natuurcamping in een dal aan een riviertje. Twee dagen later (want man, wat een plek) rijden we verder naar het zuiden van Duitsland en slapen we op een camping bij Ramsau waar we letterlijk wakker worden met het uitzicht zoals hierboven beschreven. De grens is dichtbij en de volgende dag zijn we binnen een klein uur op plaats van bestemming in Oostenrijk.

Strötzbuscher Múhle, Duitsland
De weg naar de eerste camping in de Eifel is ontzettend steil en smal, helemaal wanneer je met een aanhangwagen of caravan de heuvel af moet. Terwijl we voorzichtig dalen via de haarspeldbochten kijken we onze ogen al uit over het dal. Daar ergens beneden ligt als het goed is de camping en verder niets. Dat wordt direct bevestigd wanneer we het terrein oprijden en een groot groen veld zien met een tipi-tent, twee jacuzzi's, een paar caravans, een paar cabins en vooral heel veel natuur. Nadat we even babbelen met de vriendelijke Nederlandse eigenaar kiezen we ons eigen plekje uit: aan het water en naast de koeien die in het weiland naast de camping staan. Wát een plek en dat op zo'n korte afstand rijden vanaf Nederland!
 

IMG_4423.JPG

Het gebied rondom de camping is bizar groen en je kunt er enorm goed wandelen. Wat echter misschien nog wel het leukste is van de plek is dat je er in de avond je eigen fikkie mag stoken bij je tent of caravan. Op de camping zelf kun je hout hakken waar je een klein bedrag per kilo voor betaalt. Wij maken iedere avond een knus vuurtje bij het water onder een heldere sterrenhemel. We zien zelfs nog een vallende ster wat deze perfecte avonden nog mooier maakt. Het is zo fijn om je zo vrij te kunnen voelen in de natuur. Het enige wat je nodig hebt op dit soort avonden is een vuurtje, een lekker drankje en goed gezelschap.

Camping Simonhof, Zuid-Duitsland
Voordat we na twee ontspannen dagen vertrekken vanuit de Eifel hopen we heel erg dat we net zo'n soort camping kunnen vinden in het zuiden van Duitsland, vlakbij de Oostenrijkse grens. Dat blijkt nog erg lastig. Blijkbaar is dit deel van Duitsland (en grote delen van Oostenrijk blijkt later) toch meer de plek waar een ander soort kampeerder verblijft: oudere mensen met de meest luxe caravans en campers inclusief schotel voor hun televisie, waarbij de caravan of de camper netjes in een voor hun aangewezen hokje staat. Niet echt de manier hoe wij kamperen zien: het hele 'vrije' wat je juist bij kamperen komt kijken valt op deze manier helemaal weg. Op internet zien we Camping Simonhof wat nog enigszins in de buurt lijkt te komen; het uitzicht op besneeuwde toppen heb je er in ieder geval. Bij aankomst blijkt dat er ook hier hokjes te vinden zijn waar je je caravan in moet zetten. Hm, helaas... maar het begint al donker te worden en de bergen op de achtergrond maken veel goed. We slapen hier dus een nachtje voordat we de grens overgaan richting het gebied rondom Zell am See.

Camping Grubhof, Oostenrijk
De camping zelf is mooi en netjes, maar zeker niet hoe wij kamperen voor ons zien. We vertrekken dan ook al vroeg om door de bergen richting de grens met Oostenrijk te gaan en wauw... kan Bob Ross hier even zijn schilderijen weg komen halen? De bizar mooie vergezichten zijn in combinatie met de warme herfstkleuren hét recept voor een nu al onvergetelijke roadtrip door het noorden van Oostenrijk. Vergeet de zomer, vergeet de winter, want de herfst is het seizoen wanneer je hier moet zijn. Het is er nog steeds zomers groen, maar hier en daar laat de herfst al goed merken dat ze in aantocht is. Wat een magische entree. Tip: maak op deze route een stop in het plaatsje Ramsau, wat zonder twijfel een afbeelding op een grote duizend stukjes puzzel is.

We zoeken ons tijdens de stop een ongeluk naar een mooie kampvuurcamping of een plekje in de bergen, maar komen in dit gebied uit op Camping Grubhof, een groene camping langs de rivier in Lofer. Gelukkig zijn hier geen strakke hokjes te vinden, weliswaar wel aangewezen plekken maar dat is prima. Het valt hier op hoe druk het in deze tijd nog is: de camping staat goed vol met caravans en campers en hier en daar een verdwaalde tent. Vanaf de camping loop je zo naar het riviertje toe waar je het water kunt oversteken via een brug. Dat is het startpunt van verschillende wandelroutes waarbij je binnen no time in de bergen staat. Best wel een hele bijzondere plek om te overnachten dus.

Tijdens ons verblijf rijden we uiteraard nog een heel stuk in dit gebied om meer te zien van de Oostenrijkse bergen. Een van de absolute must-visits is de Grossglockner Hochalpenstrasse, een lange weg in de bergen waar je tot 2500 meter hoogte kunt rijden. Je kunt je vast wel voorstellen wat voor uitzichten dat op moet leveren over de meerdere drieduizenders in dit gebied. Geen zorgen; van deze roadtrip komt nog een andere blog zodat je precies weet waar je moet zijn en om je even weg te laten dromen bij de mooie plaatjes ervan (de bovenste foto is van deze route, dus aaah!). Later dus meer hierover, voor nu: heb jij al plannen om deze herfst of misschien zelfs de winter naar Oostenrijk te gaan?

Wildkamperen in Schotland

Voor wildkamperen in Schotland geldt één basisregel, die wij ook kenden van het 'Urbexen': "Neem niets mee behalve foto's en laat niets achter behalve je voetstappen." De eerste ervaring van het lukraak een tent opgooien in het Schotse Hoogland was een bijzondere, waarbij wel die basisregel werd gebroken. Ik nam iets mee. Spoiler: zomers weer op de groene Schotse hooglanden klinkt als een droom, maar bid voor regen en kou. Dan komt Schotland pas echt tot haar recht. En zorg dat je whisky hebt. Maar dat is eigenlijk een basisregel voor het leven op zich.  

Bridge Orchy (1).jpg

Het is eind mei, begin juni. Met een tot de nok toe volgepakte auto, een dakkoffer vol kleren en een koelbox met Nederlandse kaas zijn we begonnen aan een ambitieuze roadtrip door het Verenigd Koninkrijk. Vanuit het Franse Calais de boot naar de witte kliffen van het Engelse Dover en vanaf daar in een week of twee, drie een kilometer of twee-, drieduizend naar het noorden. Er staat niets gepland, behalve dat er een oud tentje achterin ligt en het de bedoeling is dat die, zodra het kan, op wordt gezet op een plek waar er geen campingbeheerder is. Eindbestemming: de Bonnie Banks of Loch Lomond en dan nog een paar honderd kilometer naar boven. Naar een plek zonder mobiel ontvangst, zonder regels en vooral: zonder mensen die niet aan het begin van de vakantie al in de auto zaten. 

Een autoreis naar Schotland voert dagenlang door Engeland, en wat weet je over Engeland behalve dat ze er links rijden en thee drinken? De kunst van een roadtrip waarin Schotland het hoogtepunt moet worden, is om Engeland te zien als meer dan een kilometerslange snelweg naar het noorden. Engelsen kunnen omhooggevallen patriotten zijn, maar neem eens een afrit in de Midlands en rijd een kwartiertje richting de horizon en je begrijpt waarom: de eindeloze lichte glooiing van de groene grassige heuvels, een vervallen boerderij met hier een daar een verdwaald schaap, eenzame bomen die er al honderd jaar groeien en dorpjes met ydillische namen als 'Woodplumpton', 'Brown Edge' en 'Scopwick'. Serieus: zoom als je je verveelt eens in op de kaart van Engeland (of het hele Verenigd Koninkrijk) en lach je dood om de plaatsnamen. Sweetview in Ierland, Newtownbutler in Noord-Ierland en Ysbyty Ystwyth in Wales: ik verzin dit niet.   

Na een week slingerend door het Engelse landschap, een verjaardagsnacht in de Liverpoolse Cavern Club (waar The Beatles doorbraken) en de tent opzetten op perfect ordelijk georganiseerde Engelse campings is het moment daar. Alsof je de grens van Noord- naar Zuid-Holland oversteekt, rijd je van Engeland naar het trotse, natte Schotland. Zo onbeduidend als je je de grens overrijdt, zo adembenemend groot is het verschil in omgeving. Nog geen vijf minuten over de grens maakt de snelweg een bocht naar links, en duikt rechts van het ravijn waarlangs de snelweg slingert de eerste grote berg op. Na een week druilerig en grijs breekt onmiddellijk de zon door. We zijn er, en Schotland blijkt ons goed gezind.  

Even later - of het een paar uur of paar dagen is, weet ik niet meer.  Bedankt, whisky – komen we aan bij een gebied ten noorden van het National Park Loch Lomond. We kregen de tip om naar Bridge of Orchy te rijden, wat het laatste stukje beschaving (en niet onbelangrijk: de laatste zendmast) was in een heleboel kilometers. We rijden, wandelen, rijden nog een stukje verder. Tot we aan een vrolijk kabbelend riviertje een plekje vinden waar we met de auto kunnen komen, waar een vlak stuk groen is voor onze tent en waar er genoeg stenen liggen voor een kampvuur om de insecten op afstand te houden. We checken onze telefoon: nauwelijks bereik, maar de weersvoorspelling is prima. 25 graden, helder, windstil en niet vochtig. De tent staat net, als we naast het geïmproviseerde toilet – een gat in de grond – een dode vos ontdekken. De pels van het arme dier ligt verspreid over een meter of tien en van vlees is weinig over. Met het laatste restje mobiel bereik ontdekken we dat de vos maar één natuurlijke vijand heeft: de beer. En dat zul je altijd zien: nadat de vraag 'komen er eigenlijk beren voor in Schotland' is ingetoetst op Google valt alle verbinding weg. Geen GSM, geen internet. Helemaal niets. We wagen het erop. Kampvuren houden vast beren op afstand, of niet?  

Loch Lomond.jpg

In Schotland wordt het vroeg donker, maar komt in de zomer ook om een uur of vier de zon al weer op door de noordelijke ligging. De volgende dag, als de zon al urenlang op het tentdoek staat te schroeien maar niemand eerder ontwaakt door de allesdoordringende stilte, worden we wakker in een paradijs. Terwijl we slapen is er een buitje over de Hooglanden getrokken, waardoor de geur die ons tegemoet komt drijven als de tent opengaat er een is van niet te beschrijven frisheid. En op het moment de tassen worden ingepakt, breekt de zon door. Geen waterig zonnetje, maar een volle zomerzon die het bedauwde gras doet dampen en de wereld binnen een tel tot leven brengt. Het riviertje naast de tent is twee keer zo breed geworden en de vissen springen tegen de stroom in de berg op. En de stilte. De adembenemende stilte. Je hoort erover, je leest erover. Maar een cliché is een cliché omdat het klopt, en het thuisfront is verder weg dan ooit als je wakker wordt in een droom. Over de beer hebben we niet meer nagedacht, tot we onderweg naar Edinburgh – de stad waar een stadswandeling voelt als een bergbeklimming – horen dat onze telefoons weer ontvangst hebben. Of we nog leven, is de vraag. En hoe.  

Beren in Schotland. Natuurlijk niet. De laatste is er een jaar of honderd geleden gezien. Hoe de vos dan is overleden en aan stukken gescheurd, is tot op de dag van vandaag een raadsel.  

Ben'Aan (1).jpg

Maar terug naar het begin. Want wat heb ik dan meegenomen uit Schotland? Ik heb een angst meegenomen, die voor jullie eigenlijk niet relevant is. Want Schotland heeft een insect: de midge. Een millimeter groot stekend insect dat wegwaait als het waait, verzuipt als het regent en sterft van de kou als het kouder is dan een graad of vijftien. Op een stuk gras van een vierkante meter worden er twee miljoen geboren in 24 uur, en die maken je verblijf op de Highlands tot een hel. De steek van de vrouwtjes is verschrikkelijk pijnlijk, en je hebt er zo honderden tot duizenden, omdat ze dor de horretjes van je tent kunnen kruipen. 

Maar dat insect overleeft alleen als het zonnig, droog, windstil en niet té warm en niet té koud is. Met andere woorden: de midge steekt alleen de kop op als het lekker weer is. En dat is het in Schotland gemiddeld twee weken per zes á zeven jaar, en dat is het al geweest toen wij er waren. Geen dank daarvoor. Ga wildkamperen in Schotland, pak je regenjas in en laat niets achter behalve je voetstappen en neem niets mee behalve foto's. En mooie verhalen dan. 

Niels Kalkman (26) is journalist met een voorliefde voor dieren en het buitenleven. Hij komt uit Delft en 90% van zijn vakanties bestaat uit kamperen. Daarnaast schrijft hij gedichtjes onder het alias 'N.'. Volg hier zijn dagelijkse leven via zijn Instagram.

Analogue Stories XI: De Bulgaarse Bergen