Zwitserland ontdekken vanuit de trein: bergen, meren en dorpjes zonder auto

Zwitserland en de auto, dat is niet altijd een makkelijke combinatie. Smalle bergwegen, dure tunnels, strenge parkeertarieven en een vignet dat je bij de grens al moet kopen. Wie het land wil ontdekken zonder dat gedoe, kan net zo goed de trein pakken. Sterker nog: misschien is dat zelfs beter. Het Zwitserse spoornetwerk is zo goed uitgebouwd dat je plekken bereikt waar je met de auto simpelweg niet komt. Van autovrije bergdorpjes tot panoramaroutes op 2.000 meter hoogte. Als je benieuwd bent en meer wilt weten over alles over treinreizen in Zwitserland plannen, is dat een goed startpunt.

En nee, een treinreis door Zwitserland is geen saaie zitpartij. Dit is een land waar de reis zelf het avontuur is. Je zit in een panoramawagon terwijl buiten de gletsjers voorbijschuiven, of je stapt uit in een gehucht waar de enige geluiden koeienbelletjes en een waterval zijn. Klinkt goed? Lees dan zeker even door.

Foto: Xavier von Erlach via Unsplash

Autovrije bergdorpen die je alleen per trein bereikt

Zermatt is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld. Geen auto's, geen uitlaatgassen, geen getoeter. Alleen elektrische karretjes die hotelgasten en hun bagage vervoeren. Je komt er met de trein vanuit Visp of Brig, en zodra je uitstapt ruik je het meteen: schone berglucht. De Matterhorn torent boven het dorp uit en je kunt er zo vandaan wandelen, de bergen in. Voor outdoorliefhebbers is dit een droom.

Maar Zermatt is niet het enige autovrije dorp. Murren, hoog boven het Lauterbrunnen-dal, is alleen bereikbaar met een combinatie van kabelbaan en bergspoortje. Het voelt als een wereld op zich. Vanaf hier heb je uitzicht op de Eiger, Monch en Jungfrau, drie van de beroemdste pieken van de Alpen. Wengen, aan de andere kant van het dal, is net zo autovrij en net zo mooi. Dit soort plekken bereik je niet met een camper of huurauto. Alleen het Zwitserse openbaar vervoer brengt je er, en dat is eigenlijk best bijzonder.

Trouwens, als je toch aan het dromen bent over Zwitserland per camper, lees dan ook het artikel over met de camper naar Zwitserland hier op Expeditie Kram. Daarin vind je handige tips over tunnels, verkeersregels en campings. Combineer het beste van twee werelden: rij met de camper tot aan een mooi basiskamp en verken van daaruit de rest per trein.

Zwitserland per trein als startpunt voor wandelingen

Hier wordt het voor de gemiddelde outdoorfan pas echt interessant. Zwitserland heeft meer dan 65.000 kilometer aan gemarkeerde wandelpaden, en het openbaar vervoer brengt je tot aan de start van bijna al die routes. Geen gedoe met parkeerplekken zoeken bij een trailhead. Je stapt uit de trein, gooit je rugzak op je rug en begint te lopen.

Neem het Berner Oberland. Vanuit Interlaken breng je de tandradtrein je naar Kleine Scheidegg, op 2.061 meter hoogte, met de Eiger Nordwand op een steenworp afstand. Vanaf daar heb je de keuze uit tientallen wandelroutes, van rustige dalwandelingen tot stevige tochten richting berghut. En als je benen het na een lange dag begeven, stap je gewoon weer de trein in. Geen drie uur terugwandelen naar een parkeerplaats.

In Graubunden is het net zo handig. Met de Rhatische Bahn stop je bij kleine stations midden in de bergen, waar je zo een kloof, een alpenweit of een bergmeertje in kunt lopen. Qua bewegwijzering zit je in Zwitserland trouwens goed: gele bordjes bij reguliere wandelpaden, wit-rood-wit bij bergwandelingen. Je kunt bijna niet verdwalen, zelfs als je het zou proberen.

Panoramatreinen Zwitserland: het uitzicht is de bestemming

Oké, even een bekentenis: ik snap mensen die normaal gesproken niet zo van treinen zijn maar in Zwitserland toch helemaal om zijn. Wat een treinen zijn dat. Neem de Glacier Express: die rijdt acht uur lang van Zermatt naar St. Moritz, over 291 bruggen, door 91 tunnels, en over een bergpas van ruim 2.000 meter. Je zit in wagons met enorme ramen die tot in het dak doorlopen. Het voelt alsof je midden in de bergen zit in plaats van eraan voorbij te razen.

Minstens zo mooi is de Bernina Express. Het traject van Chur naar het Italiaanse Tirano staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Vanuit Chur klimt de route tot boven de 2.200 meter, passeert gletsjers, kruist het beroemde Landwasser Viaduct en daalt dan af naar het warme zuiden. In een paar uur ga je van sneeuw naar palmbomen. Op de website van Zwitserland Toerisme vind je een overzicht van alle panoramaroutes en kun je een route samenstellen die bij jouw reis past.

En dan is er nog de GoldenPass Express, die van Montreux via Interlaken naar Luzern rijdt. Minder bekend, maar minstens zo indrukwekkend. Je begint aan het Meer van Geneve, slingert omhoog de Alpen in en komt uit bij het Vierwoudstrekenmeer. Dat is drie compleet verschillende landschappen in een middag.

Foto door Filip Freitas via Unsplash / de Matterhorn in Zwitserland

Bijzonder overnachten langs de treinroute in Zwitserland

Zwitserland is niet alleen een land van luxe hotels met prijskaartjes waar je van schrikt. Er zijn genoeg opties voor reizigers die het liever wat avontuurlijker aanpakken. Berghuts bijvoorbeeld. De Schweizer Alpen-Club (SAC) beheert meer dan 150 berghutten verspreid over de Alpen. Sommige bereik je in een uurtje wandelen vanaf het dichtstbijzijnde station, andere vereisen een stevig dagje hiken. Je slaapt er op een slaapzolder met uitzicht op besneeuwde toppen en je eet wat de hut die dag serveert. Simpel, maar onvergetelijk.

Een ander leuk concept: Schlaf im Stroh, oftewel slapen op hooi. Zo'n 150 Zwitserse boerderijen bieden een plek aan op hun hooizolder. Je rolt je slaapzak uit op het stro, er zijn schone sanitaire voorzieningen (het is Zwitserland, dus alles is schoon en netjes), en 's ochtends staat er een ontbijt klaar met verse producten van de boerderij. Het kost een fractie van een hotelkamer en je slaapt midden in de natuur.

Voor wie nog iets bijzonders zoekt: in het Wallis kun je overnachten in traditionele Zwitserse mazots, oude houten graanschuurtjes die zijn omgebouwd tot slaapplekken. En rondom Luzern en het Berner Oberland vind je steeds meer glamping-opties, van safaritenten tot tiny houses met uitzicht op de bergen. Allemaal prima bereikbaar per trein en een stuk spannender dan een standaard hotelkamer.

Foto door Aswathy N via Unsplash

Hoe je zo'n treinreis Zwitserland het best aanpakt

Allereerst: de Swiss Travel Pass. Die geeft je onbeperkt toegang tot vrijwel alle treinen, bussen en boten in het land. Drie, vier of acht dagen, dat kies je zelf. De pas geldt ook als toegangskaart voor meer dan 500 musea en geeft flinke korting op kabelbanen en bergspoorlijnen. Het is een behoorlijke investering (reken op zo'n 230 euro voor vier dagen in de tweede klasse), maar als je een actieve reis plant en veel wilt zien, verdien je het al snel terug.

Vanuit Nederland reis je het makkelijkst via Basel. Met de trein ben je daar in zo'n vijf tot zes uur, afhankelijk van waar je instapt. Vanaf Basel kun je alle kanten op: richting Zurich, Bern, Luzern of direct het zuiden in. Er bestaan ook volledig georganiseerde treinrondreizen, waarbij hotels, treintickets en routes van tevoren zijn vastgelegd. Handig als je niet alles zelf wilt uitpluizen, maar wel de vrijheid wilt om onderweg je eigen tempo te bepalen.

Nog een praktische tip: pak licht in. In Zwitserland kun je je bagage van station naar station laten vervoeren via de bagagedienst van de SBB. Dat kost een paar franken per koffer, maar het scheelt je het gesjouw in treinen en op perrons. Zo kun je met een lichte daypack de bergen in en vind je je koffer gewoon terug op je volgende bestemming. Voor de doorgewinterde backpacker voelt dat misschien als valsspelen, maar geloof me: na een dag hiken op 2.500 meter hoogte ben je blij dat je koffer er al staat.