Wildkamperen in Schotland

Voor wildkamperen in Schotland geldt één basisregel, die wij ook kenden van het 'Urbexen': "Neem niets mee behalve foto's en laat niets achter behalve je voetstappen." De eerste ervaring van het lukraak een tent opgooien in het Schotse Hoogland was een bijzondere, waarbij wel die basisregel werd gebroken. Ik nam iets mee. Spoiler: zomers weer op de groene Schotse hooglanden klinkt als een droom, maar bid voor regen en kou. Dan komt Schotland pas echt tot haar recht. En zorg dat je whisky hebt. Maar dat is eigenlijk een basisregel voor het leven op zich.  

Bridge Orchy (1).jpg

Het is eind mei, begin juni. Met een tot de nok toe volgepakte auto, een dakkoffer vol kleren en een koelbox met Nederlandse kaas zijn we begonnen aan een ambitieuze roadtrip door het Verenigd Koninkrijk. Vanuit het Franse Calais de boot naar de witte kliffen van het Engelse Dover en vanaf daar in een week of twee, drie een kilometer of twee-, drieduizend naar het noorden. Er staat niets gepland, behalve dat er een oud tentje achterin ligt en het de bedoeling is dat die, zodra het kan, op wordt gezet op een plek waar er geen campingbeheerder is. Eindbestemming: de Bonnie Banks of Loch Lomond en dan nog een paar honderd kilometer naar boven. Naar een plek zonder mobiel ontvangst, zonder regels en vooral: zonder mensen die niet aan het begin van de vakantie al in de auto zaten. 

Een autoreis naar Schotland voert dagenlang door Engeland, en wat weet je over Engeland behalve dat ze er links rijden en thee drinken? De kunst van een roadtrip waarin Schotland het hoogtepunt moet worden, is om Engeland te zien als meer dan een kilometerslange snelweg naar het noorden. Engelsen kunnen omhooggevallen patriotten zijn, maar neem eens een afrit in de Midlands en rijd een kwartiertje richting de horizon en je begrijpt waarom: de eindeloze lichte glooiing van de groene grassige heuvels, een vervallen boerderij met hier een daar een verdwaald schaap, eenzame bomen die er al honderd jaar groeien en dorpjes met ydillische namen als 'Woodplumpton', 'Brown Edge' en 'Scopwick'. Serieus: zoom als je je verveelt eens in op de kaart van Engeland (of het hele Verenigd Koninkrijk) en lach je dood om de plaatsnamen. Sweetview in Ierland, Newtownbutler in Noord-Ierland en Ysbyty Ystwyth in Wales: ik verzin dit niet.   

Na een week slingerend door het Engelse landschap, een verjaardagsnacht in de Liverpoolse Cavern Club (waar The Beatles doorbraken) en de tent opzetten op perfect ordelijk georganiseerde Engelse campings is het moment daar. Alsof je de grens van Noord- naar Zuid-Holland oversteekt, rijd je van Engeland naar het trotse, natte Schotland. Zo onbeduidend als je je de grens overrijdt, zo adembenemend groot is het verschil in omgeving. Nog geen vijf minuten over de grens maakt de snelweg een bocht naar links, en duikt rechts van het ravijn waarlangs de snelweg slingert de eerste grote berg op. Na een week druilerig en grijs breekt onmiddellijk de zon door. We zijn er, en Schotland blijkt ons goed gezind.  

Even later - of het een paar uur of paar dagen is, weet ik niet meer.  Bedankt, whisky – komen we aan bij een gebied ten noorden van het National Park Loch Lomond. We kregen de tip om naar Bridge of Orchy te rijden, wat het laatste stukje beschaving (en niet onbelangrijk: de laatste zendmast) was in een heleboel kilometers. We rijden, wandelen, rijden nog een stukje verder. Tot we aan een vrolijk kabbelend riviertje een plekje vinden waar we met de auto kunnen komen, waar een vlak stuk groen is voor onze tent en waar er genoeg stenen liggen voor een kampvuur om de insecten op afstand te houden. We checken onze telefoon: nauwelijks bereik, maar de weersvoorspelling is prima. 25 graden, helder, windstil en niet vochtig. De tent staat net, als we naast het geïmproviseerde toilet – een gat in de grond – een dode vos ontdekken. De pels van het arme dier ligt verspreid over een meter of tien en van vlees is weinig over. Met het laatste restje mobiel bereik ontdekken we dat de vos maar één natuurlijke vijand heeft: de beer. En dat zul je altijd zien: nadat de vraag 'komen er eigenlijk beren voor in Schotland' is ingetoetst op Google valt alle verbinding weg. Geen GSM, geen internet. Helemaal niets. We wagen het erop. Kampvuren houden vast beren op afstand, of niet?  

Loch Lomond.jpg

In Schotland wordt het vroeg donker, maar komt in de zomer ook om een uur of vier de zon al weer op door de noordelijke ligging. De volgende dag, als de zon al urenlang op het tentdoek staat te schroeien maar niemand eerder ontwaakt door de allesdoordringende stilte, worden we wakker in een paradijs. Terwijl we slapen is er een buitje over de Hooglanden getrokken, waardoor de geur die ons tegemoet komt drijven als de tent opengaat er een is van niet te beschrijven frisheid. En op het moment de tassen worden ingepakt, breekt de zon door. Geen waterig zonnetje, maar een volle zomerzon die het bedauwde gras doet dampen en de wereld binnen een tel tot leven brengt. Het riviertje naast de tent is twee keer zo breed geworden en de vissen springen tegen de stroom in de berg op. En de stilte. De adembenemende stilte. Je hoort erover, je leest erover. Maar een cliché is een cliché omdat het klopt, en het thuisfront is verder weg dan ooit als je wakker wordt in een droom. Over de beer hebben we niet meer nagedacht, tot we onderweg naar Edinburgh – de stad waar een stadswandeling voelt als een bergbeklimming – horen dat onze telefoons weer ontvangst hebben. Of we nog leven, is de vraag. En hoe.  

Beren in Schotland. Natuurlijk niet. De laatste is er een jaar of honderd geleden gezien. Hoe de vos dan is overleden en aan stukken gescheurd, is tot op de dag van vandaag een raadsel.  

Ben'Aan (1).jpg

Maar terug naar het begin. Want wat heb ik dan meegenomen uit Schotland? Ik heb een angst meegenomen, die voor jullie eigenlijk niet relevant is. Want Schotland heeft een insect: de midge. Een millimeter groot stekend insect dat wegwaait als het waait, verzuipt als het regent en sterft van de kou als het kouder is dan een graad of vijftien. Op een stuk gras van een vierkante meter worden er twee miljoen geboren in 24 uur, en die maken je verblijf op de Highlands tot een hel. De steek van de vrouwtjes is verschrikkelijk pijnlijk, en je hebt er zo honderden tot duizenden, omdat ze dor de horretjes van je tent kunnen kruipen. 

Maar dat insect overleeft alleen als het zonnig, droog, windstil en niet té warm en niet té koud is. Met andere woorden: de midge steekt alleen de kop op als het lekker weer is. En dat is het in Schotland gemiddeld twee weken per zes á zeven jaar, en dat is het al geweest toen wij er waren. Geen dank daarvoor. Ga wildkamperen in Schotland, pak je regenjas in en laat niets achter behalve je voetstappen en neem niets mee behalve foto's. En mooie verhalen dan. 

Niels Kalkman (26) is journalist met een voorliefde voor dieren en het buitenleven. Hij komt uit Delft en 90% van zijn vakanties bestaat uit kamperen. Daarnaast schrijft hij gedichtjes onder het alias 'N.'. Volg hier zijn dagelijkse leven via zijn Instagram.